Kindspoor
| Naam: | Kindspoor |
| Postadres: | Postbus 45 |
| Postcode en plaats: | 2800 AA Gouda |
| E-mailadres: | pdejong.ggd@ismh.nl |
Kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld kunnen lang onzichtbaar blijven voor de hulpverlening. Om hen beter te beschermen, is in Hollands Midden het meldtraject ‘Kindspoor’ geďntroduceerd. Op 4 september werd in Gouda het officiële startsein gegeven voor deze nieuwe werkwijze.
Het kindspoor wordt gevormd door de politie, de Sociale Jeugd en Zedenpolitie, het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), twee bureaus Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming. Het meldtraject begint bij de politiebemoeienis. "Bij de afhandeling van huiselijk geweld zaken, voert de politie voortaan ook de gegevens van de woonachtige kinderen tot achttien jaar in het registratiesysteem in", legt projectleider Petra de Jong uit. "Op deze manier worden zij zichtbaar voor de Jeugd en Zedenpolitie. Deze raadpleegt vervolgens het eigen systeem voor meer gegevens over de kinderen . De kans bestaat bijvoorbeeld dat het ook bekende spijbelaars of weglopers zijn." Het getuige zijn van huiselijk geweld is een vorm van kindermishandeling. De Jeugd en Zedenpolitie zal daarom in de meeste gevallen melding doen bij het AMK. Vanaf daar voert het traject verder via het Bureau Jeugdzorg en, eventueel, de Raad voor de Kinderbescherming.
Boodschap
De ketenpartners hebben met het kindspoor vijf doelen voor ogen. Ten eerste proberen zij een veilige situatie voor het kind te creëren. Daarnaast willen zij de kans op een verstoorde ontwikkeling terugdringen. Ze proberen ontwikkelingsproblematiek te signaleren en het kind en de opvoeders een adequaat hulpaanbod te bieden. Ten slotte willen de ketenpartners de opvoeders bevorderen om hun verantwoordelijkheid nemen en het geweld te stoppen. Want: ‘huiselijk geweld is slecht voor kinderen’. Die boodschap loopt als een rode draad door het kindspoor heen. "We blijven de opvoeders daarop wijzen", zegt De Jong. "Veel ouders denken dat hun kinderen niets van het geweld merken, omdat zij bijvoorbeeld al op bed liggen. Maar 80 procent van de kinderen blijkt het wel te zien of te horen. En maar liefst zestig procent van de kinderen die geweld meemaken, lijden aan symptomen van posttraumatische stress."
Voor het officiële startsein op 4 september, heeft het kindspoor al vijf maanden proefgedraaid. In die periode zijn 110 kinderen in het meldtraject opgenomen. "Daaronder zijn veel baby’s en peuters", vertelt De Jong. "De helft van de kinderen was tussen nul en vier jaar oud." Uit de eerste ervaringen blijkt verder dat veel mensen toch aarzelen om hulpverlening te accepteren. Wanneer het hulpaanbod geweigerd wordt, kan de Raad voor de Kinderbescherming met drang en dwang de benodigde hulp alsnog op gang brengen.
Hollands Midden is de eerste politieregio in Nederland die met het kindspoor aan de slag is gegaan. Haaglanden gaat binnenkort ook van de werkwijze gebruik maken. De Jong hoopt dat meer regio’s zullen volgen. "De werkwijze is voor iedereen vrij beschikbaar".
Contactpersoon:
Petra de Jong, projectcoördinator huiselijk geweld

