Over de omvang van seksueel misbruik van kinderen bestaan weinig landelijke cijfers. Heel vaak wordt nog teruggegrepen op het onderzoek van Drayer (1987) naar de ervaringen van vrouwen met seksueel misbruik in hun jeugd: een op de drie onderzochte vrouwen heeft er voor haar zestiende jaar mee te maken gehad.
Bij 1 op de 6 a 7 vrouwen betrof het misbruik door familieleden. Ook uit ander onderzoek, bijvoorbeeld naar meldingen aan vertrouwensartsen over vermoedelijk seksueel misbruik van kinderen, blijkt dat seksueel misbruik vaak in de familiesfeer plaats vindt, door een ouder, broer of ander familielid. Ook als de dader niet uit de familiekring afkomstig is gaat het wel heel vaak om bekende van het kind. De onbekende 'man in de bosjes' of 'kinderlokker' is een zeldzaam fenomeen, ook al willen verschillende media anders doen geloven.
Naar seksueel misbruik van jongens is in ons land nog geen breed onderzoek verricht. Buitenlandse studies laten zien dat drie tot negen procent van de jongens misbruikervaringen kent, meestal gepleegd door mannen buiten de familiekring. De afgelopen jaren hebben de media ook veel aandacht geschonken aan seksueel misbruik van leerlingen door leraren en aan andere begeleiders van jeugdigen, bijvoorbeeld sportinstructeurs. Ook het inzetten van kinderen voor pornografische doeleinden heeft maatschappelijk sterk de aandacht getrokken. De leeftijd waarop seksueel misbruik van kinderen het meest frequent voorkomt ligt tussen de acht en twaalf jaar.
Kijken we naar het aantal zaken waarover justitie zich buigt, dan blijkt dat het openbaar ministerie jaarlijks ongeveer 2050 tot 2350 zaken behandelt. Dit aantal is redelijk stabiel. Het aantal zaken waarin de rechter een beslissing neemt schommelt tussen de 500 en 550 per jaar voor meerderjarige verdachten en ongeveer 135 per jaar voor minderjarige verdachten.
Cijfers kindermisbruik (Bron: Seksueel misbruik van kinderen, een uitgave van het ministerie van Justitie)