Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Rol gemeente

De gemeente maakt beleid om samen met instellingen en organisaties huiselijk geweld en kindermishandeling tegen te gaan. Vanuit de Wmo 2015 en de Jeugdwet vervult de gemeente hierin een centrale rol.

Om verantwoord beleid te maken, zijn cijfers nodig. Deze pagina bevat lokale en regionale feiten en cijfers van diverse partijen als politie, gemeenten, Veilig Thuis en Veiligheidshuizen.

Links

Op onderstaande websites staat meer specifieke informatie over de rol van gemeenten:

Monitoring

Kijk voor hier hoe u als gemeente de juiste feiten en cijfers boven water kan krijgen.

Interventies

Gemeentelijke visie op een Veilig Thuis

20-06-2013

Advies voor wethouders van de G4.

In deze visie ‘Voor een veilig thuis’ staat hoe gemeenten kunnen komen tot een krachtige en snelle aanpak in situaties waarin acuut gevaar dreigt. Deskundigen uit zowel de wereld van de aanpak van huiselijk geweld aangevuld met deskundigen vanuit Politie en Justitie en de wetenschap hebben deze visie ontwikkeld.
De visie is opgebouwd uit tien elementen, maar heeft in feite twee kernelementen:

1. Gemeenten krijgen met de decentralisatie van de functie begeleiding vanuit de Awbz, de Jeugdzorg en de arbeid, de mogelijkheid om een integrale Wmo-aanpak te organiseren voor (multi-problem) gezinnen. Die aanpak loopt van preventie en vroegsignalering, via opvang en herstel, tot en met nazorg en participatie. De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals in deze visie geschetst, past naadloos in die Wmo-aanpak, zolang maar is gewaarborgd dat aan de teams van professionals die de Wmo-aanpak gaan uitvoeren, deskundigheid op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling is toegevoegd.
De sociale steunstructuur, de sociale omgeving, vormt in de aanpak een belangrijke factor. De sociale omgeving is in het licht van deze visie van cruciaal belang uit oogpunt van effectiviteit. Als die omgeving zelf veilig en krachtig is, (of is gemaakt) kan die een grote bijdrage leveren aan het creëren van duurzame veiligheid en hernieuwde ontwikkelingskansen van alle betrokken. Om die reden wordt in de visie ook en sterk pleidooi gehouden voor het professioneel ondersteunen, versterken en indien nodig opbouwen van de sociale omgeving van betrokkenen.

2. Tegelijkertijd maakt deze visie op één belangrijk onderdeel onderscheid tussen de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling enerzijds en alle andere beleidsvelden in de Wmo anderzijds. Dat is het aspect van de veiligheid.
In het aspect van de veiligheid zit ook de urgentie van deze visie. Het is onacceptabel dat elk jaar opnieuw de thuissituatie van meer dan 200.000 volwassenen en meer dan 100.000 kinderen ernstig onveilig blijkt te zijn (en dat in de meeste gevallen ook al jaren achtereen was).
Deze visie bepleit, in situaties van (acute) dreiging en escalerende onveiligheid, een krachtige en snelle aanpak in zeer nauwe afstemming met Politie en Justitie. In die aanpak wordt direct na een melding door een expert op het terrein van huiselijk geweld en/of kindermishandeling ingeschat (triage) wat de ernst van de situatie en de veiligheidsdreiging voor slachtoffer en/of kinderen is. Op basis daarvan wordt een plan gemaakt gericht op het op korte èn lange termijn waarborgen van de veiligheid van de betrokkenen. Dat plan moet, als de veiligheid dat vereist, onmiddellijk tot uitvoer kunnen worden gebracht.
(Bron: Gemeentelijke visie op een Veilig Thuis: Advies voor wethouders van de G4. Deel 1, pagina 2-3)

pdf bestandGemeentelijke visie op een Veilig Thuis: Advies voor wethouders van de G4. Deel 1 (pdf, 361 Kb) (via regioaanpakveiligthuis.nl)
Deel 1 van deze visie bestaat uit een inleiding en daarna worden in hoofdstuk 2 de tien elementen van de visie gepresenteerd.
pdf bestandGemeentelijke visie op een Veilig Thuis: Advies voor wethouders van de G4. Deel 2: De uitwerking (pdf 614 Kb) (via regioaanpakveiligthuis.nl)
Deel 2 van de visie bevat in hoofdstuk 3 de nadere toelichting op en uitwerking van de tien elementen. Hoofdstuk 4 tot slot behandelt een aantal noties over afstemming en planning. In deel 2 zijn ook de vier bijlages opgenomen.