Situatie in de jeugdbescherming: verbeterd maar nog steeds kwetsbaar

Kinderen die jeugdbescherming nodig hebben, moeten snel geholpen worden. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid gaan daar waar het nog niet goed gaat verscherpt toezicht uitvoeren en indringende gesprekken hebben met betrokken gemeentes en regio’s.  

Dit schrijven de inspecties gezamenlijk in een landelijk rapport en elf regiorapporten.

Jongere buiten op muurtje

Op veel plekken in het land gaat dat beter dan in oktober 2020 en krijgen kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel direct een vaste jeugdbeschermer. Maar dit geldt nog niet overal. Daarnaast lukt het voor een derde van deze kwetsbare kinderen nu nog niet om tijdig passende hulp te organiseren.

Kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel zijn door de kinderrechter onder toezicht gesteld. Dit gebeurt alleen als de zorgen over een kind zeer groot zijn. De inspecties constateerden in 2019 en 2020 dat de overheid onvoldoende haar verantwoordelijkheid neemt om kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel te beschermen. De inspecties vroegen in oktober 2020 om een actiegerichte aanpak van alle betrokken partijen in de regio’s om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer, een gedragen koers en passende hulp te bieden. 

Onderzoek in het hele land

De inspecties bezochten alle regio’s en kregen in dit onderzoek zicht op de situatie van 400 kinderen en gezinnen. Zij constateren dat de situatie in de jeugdbescherming heel kwetsbaar blijft. Jeugdbeschermers doen met veel toewijding hun werk. Onder druk van de omstandigheden kunnen zij slechts het minimale doen. En kinderen moeten na een ingreep van de rechter vervolgens maanden wachten op hulp. Dit heeft naast regionale oorzaken ook te maken met een aantal breder geldende oorzaken. Het is een wankel evenwicht: de regio die vandaag “groen” is kan morgen “rood” zijn.

Oorzaken

Structurele problemen maken dat de jeugdbescherming onder druk blijft staan. Het zware werk en de krapte op de arbeidsmarkt blijven zorgen voor een hoog ziekteverzuim en verloop van jeugdbeschermers. Daarnaast is er, vooral voor kinderen die specialistische hulp nodig hebben, een tekort aan goed hulpaanbod, onder andere door onvoldoende bovenregionale samenwerking. Daarbij zorgen gemeentelijke procedures zoals verschillende manieren van inkoop van jeugdhulp en aanmeldprocedures ervoor dat passende hulp niet snel kan worden gerealiseerd. 

De inspecties stelden vast dat met name in regio’s waar actieve samenwerking en gezamenlijk urgentiebesef zijn, verbeteringen zichtbaar zijn. 

Vervolg

De inspecties spreken het Rijk en alle partijen in de regio’s aan op hun verantwoordelijkheid voor beschikbare hulp die snel kan starten. 
De regio’s Friesland en Overijssel is het grotendeels gelukt om de kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden.

De regio’s Gelderland, Groningen & Drenthe, Limburg, Utrecht & Flevoland en Zeeland zijn hier nog niet in geslaagd. De inspecties gaan er vanuit dat dit op korte termijn wel gaat lukken en blijven dit volgen. 

De regio’s Brabant, Noord-Holland/Amsterdam, Rijnmond en Zuid West is het onvoldoende gelukt om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties zullen in deze regio’s verscherpt toezicht uitvoeren voor een periode van een half jaar en zullen indringende gesprekken voeren met betrokken gemeentes en regio’s.