Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Daders van huiselijk geweld

14-01-2011

In het kader van het project ‘Aanpak huiselijk geweld’, een onderdeel van het Veiligheidsprogramma, zijn vier studies naar huiselijk geweld uitgevoerd. Dit deelonderzoek werd door het WODC uitgevoerd en vormde deelproject 3.
Het onderzoek had tot doel inzicht te krijgen in achtergrondkenmerken en problematiek van daders, het hulpzoekgedrag van daders en zo mogelijk in de achtergronden van het huiselijk geweld en tot slot te bepalen in hoeverre daders van huiselijk geweld opnieuw met justitie in aanraking komen.

Samenvatting rapport (pdf, 804 Kb) (via het WODC)
Er is ook een artikel over dit rapport verschenen in pdf bestandJustitiële Verkenningen, 2010, jaargang 36 aflevering 8(pdf, 2,11 MB) (via wodc.nl)

De studie zoekt een antwoord op de volgende (onderzoeks)vragen:

  1. Wat zijn de achtergrondkenmerken van daders van huiselijk geweld?
  2. Wat voor problematiek (delictgeschiedenis, persoonlijke omstandigheden en persoonlijkheid) kenmerkt daders van huiselijk geweld?
  3. Wat is het hulpzoekgedrag van daders van huiselijk geweld?
  4. Wat kenmerkt incidenten van huiselijk geweld volgens de plegers ervan?
  5. Wat is de recidive van daders van huiselijk geweld?

Voor de beantwoording van de onderzoeksvragen zijn twee verschillende onderzoeksgroepen bestudeerd: een groep respondenten uit de algemene bevolking en een groep plegers die vanwege huiselijk geweld met politie en justitie in aanraking zijn geweest.

Aantal plegers in totale bevolking

In totaal bestaat de onderzoeksgroep uit de algemene bevolking die is gebruikt voor het onderzoek naar de kenmerken van daders van huiselijk geweld uit 6.393 respondenten.
Een ruime meerderheid van deze onderzoeksgroep (62,8%) geeft aan nooit huiselijk geweld te hebben gepleegd, terwijl 34,7% zegt ooit minstens één vorm van geweld tegen iemand uit de huiselijke kring te hebben gebruikt. De overige 2,4% van de respondenten weet niet meer of ze ooit huiselijk geweld hebben gepleegd of wil het niet zeggen.
Wanneer de laatste vijf jaar worden beschouwd, blijkt dat 12,0% van de respondenten in de voorgaande vijf jaar het plegen van huiselijk geweld rapporteert.
Het gaat daarbij vrijwel alleen om psychisch geweld of psychisch geweld in combinatie met lichamelijk geweld.

Kenmerken plegers in totale bevolking

De respondenten die aangaven in de voorgaande vijf jaar wel eens geweld tegen iemand uit de huiselijke kring te hebben gebruikt, hebben de dadervragenlijst ingevuld. Een aanzienlijk aantal van deze respondenten rapporteerde uitsluitend enkele lichte vormen van (psychisch) geweld zodat in hun geval niet werkelijk van huiselijk geweld gesproken kon worden. Op basis van type en intensiteit van gerapporteerd geweld is een indeling in drie groepen gehanteerd: plegers van incidenteel psychisch geweld, plegers van incidenteel lichamelijk geweld en plegers van structureel geweld.

Vooral de plegers van incidenteel psychisch geweld rapporteren minder slachtoffers, geven aan minder vaak deviante vrienden te hebben (gehad) en waren minder vaak als dader betrokken bij (verbaal) geweld buiten de huiselijke kring. In deze groep is minder vaak sprake van problematisch middelengebruik. Geconcludeerd kan worden dat slechts een klein deel van de groep daadwerkelijk als plegers van huiselijk geweld kan worden beschouwd.

De groep plegers van evident huiselijk geweld bestaat voor 60% uit vrouwen en is gemiddeld 38 jaar. Bijna drie op de vijf plegers van huiselijk geweld in de onderzoeksgroep hebben een Nederlandse culturele achtergrond terwijl ruim een kwart van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse afkomst is. De helft van de onderzoeksgroep heeft een hbo- of universitaire opleiding, terwijl een derde een opleiding op middelbaar niveau heeft en 12,5% een lage opleiding heeft. Drie van de vijf plegers van huiselijk geweld werkten op het moment dat het geweld zich voordeed in loondienst of als zelfstandig ondernemer. De 40% van de plegers die niet werkte ten tijde van het huiselijk geweld, was schoolgaand, huisvrouw, werkloos of ontving pensioen of een uitkering. Over het algemeen zeiden plegers van huiselijk geweld ten tijde van het geweld geen financiële problemen of problemen met betrekking tot middelengebruik te hebben gehad.

Plegers uit een reclasseringspopulatie

Deze groep plegers van huiselijk geweld vormt de populatie plegers van huiselijk geweld die in aanraking komt met justitie en voor wie door de reclassering een voorlichtingsrapportage of re-integratieplan wordt opgesteld. Op basis van het bestand van ‘Recidive InschattingsSchalen’ (RISc), een koppeling van dit bestand met de WODC-Recidivemonitor en de (een steekproef van 200) dossiers die voor deze daders beschikbaar waren. De groep huiselijk geweldplegers die door justitie werd vervolgd, bestond vrijwel in zijn geheel uit mannen (93%). De meerderheid van de slachtoffers van de plegers uit de reclasseringsgroep was vrouw.
Geweld dat door deze justitiële onderzoeksgroep is gepleegd wijkt duidelijk af van wat respondenten uit de algemene onderzoeksgroep rapporteerden. Deze laatsten zeggen immers dat er vrijwel nooit sprake was van verwondingen bij het slachtoffer.

Vergelijking van beide groepen daders

De aard van de onderzoeksgroepen en de verschillen bij dataverzameling maken het moeilijk beide groepen met elkaar te vergelijken. Een vergelijking levert een aantal interessante verschillen. De groep plegers van evident huiselijk geweld in onderzoeksgroep uit de algemene bevolking bestaat uit meer vrouwen dan mannen (57,8% respectievelijk 42,2%) terwijl de reclasseringsgroep bijna in zijn geheel uit mannen bestaat (93,1%). De groep plegers uit de algemene bevolking bestaat ook uit plegers van evident geweld, wat betekent dat ook vrouwen aangeven zich schuldig te maken aan gedrag dat zonder meer als huiselijk geweld kan worden beschouwd. Uit de vergelijking tussen mannelijke en vrouwelijke plegers van huiselijk geweld in de algemene bevolkingsgroep blijkt dat er meer overeenkomsten tussen hen bestaan dan dat er verschillen zijn. Huiselijk geweld dat door justitie wordt vervolgd overwegend uit geweld dat door mannelijke daders wordt gepleegd tegen vrouwelijke slachtoffers. De ernstiger vormen van letsel vaker door mannen worden veroorzaakt waardoor het overwegend mannen zijn die vanwege huiselijk geweld met politie en justitie in aanraking komen. Het verschil wordt ook deels verklaard door verschillen in perceptie van partnergeweld. Mannen zien dat meer als een "fout" (58% van de mannen en 39% van de vrouwen) terwijl vrouwen dat meer als een "misdaad" zien (56% van de vrouwen, 20% van de mannen). Op grond daarvan wordt verwacht dat mannen minder snel aangifte doen.

pdf bestandVolledige tekst van Daders van huiselijk geweld (pdf, 2,9 MB) (via WODC). externe link Of raadpleeg de beschrijving op de website van het WODC


Knaap, L.M. van der, Idrissi, F. el, & Bogaerts, S. (2010). Daders van huiselijk geweld. Den Haag: WODC
Knaap, L.M. van der, & Bogaerts, S. (2010). Mannen en vrouwen als plegers van huiselijk geweld. Justitiële Verkenningen 36(8), 46-61