Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

De inzet van het strafrecht bij kindermishandeling

27-01-2011

Dit onderzoek gaat over de aantallen aangiften kindermishandeling en de vervolging en de berechting in het strafproces van deze aangiften. Er is ook gekeken naar of en hoe vaak het strafverzwarende artikel 304 Sr bij deze zaken ten laste is gelegd. Het onderzoek biedt feitelijke informatie over het gebruik van de strafrechtelijke route bij kindermishandeling, zoals is aangekondigd in het Actieplan aanpak kindermishandeling.

Op 27 januari 2011 is het onderzoek naar de kamer gestuurd. (pdf bestandZie begeleidende brief van de Minister van Veiligheid en Justitie (pdf, 32 Kb)

Kinderen als getuige

Hoofdstuk 4 is expliciet gewijd aan Kinderen als getuige van partnergeweld. Voor dit onderwerp zijn 609 processen in elf politieregio’s ingezien. Bij 170 processen was(daarbij ook sprake van een aangifte Van deze 170 aangiften waren er 144 ingestuurd (= 85%) naar het Openbaar Ministerie.
Het aantal aangiften van partnergeweld waarbij de kinderen getuige waren wordt geschat op (gemiddeld) 277 per jaar

Tenlastelegging

In deze zaken legde het Openbaar Ministerie primair en subsidiair het volgende, onderverdeeld naar artikelnummers van het Wetboek van Strafrecht, ten laste:
− 72% van de tenlasteleggingen bevat artikelnummers 300-304 Sr, waarbij zware mishandeling (artikel 302 lid 1 Sr) in 16 procent van de gevallen voorkomt;
− 26% van alle tenlasteleggingen bevat artikel 285
− 2% van alle tenlasteleggingen bevat andere artikelnummers waaronder 242 Sr (verkrachting) en 289 Sr (doodslag).

Sepot, vrijspraak, veroordeling

Van alle ingestuurde dossiers naar het OM kiest het OM bij 26 % van de zaken waarin kinderen getuige waren van partnergeweld voor een voorwaardelijke of onvoorwaardelijk sepot of transactie.
In de overige 74% van de zaken wordt de verdacht gedagvaard en vindt vervolging plaats.
Op het totaal van alle vervolgingen en onherroepelijk vonnissen vindt bij 20% van de zaken vrijspraak plaats op alle ten laste gelegde feiten.
In 8%van de strafzaken wordt de verdachte veroordeeld op minimaal één van de ten laste gelegde feiten.

In de onderzochte vonnissen van partnergeweld wordt bij 34% van alle veroordelingen gekozen voor een werkstraf voor de pleger. De combinatie van een voorwaardelijke gevangenisstra en een werkstraf komt bij 24% van de veroordelingen voor. In totaal is bij 32% van de veroordelingen sprake van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De straf varieert van twee weken tot 24 maanden. Het vaakst wordt de pleger veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden.

Toepassing artikel 304 Sr

Wordt er in de praktijk gebruik gemaakt van artikel 304 Sr (verhoging van de straf indien misdrijf is gepleegd tegen ouders, partner, kinderen) wanneer kinderen getuige zijn van partnergeweld?
Alle geïnterviewde officieren van justitie wijzen erop dat het feit dat kinderen getuige zijn geweest van dit geweld geen grond kan zijn voor de toepassing van artikel 304 Sr.
Wel kan artikel 304 Sr gebruikt worden vanwege de relatie tussen de partners. Uit het onderzoek bleek dar artikel 304 Sr in een kwart (23%) van alle zaken gehanteerd wordt in die situaties van partnergeweld waarin kinderen aantoonbaar getuige waren van dit geweld.
Er wordt dus niet systematisch gebruik gemaaktvan artikel 304 Sr in die situaties waarin dat mogelijk is.
De geïnterviewde officieren van justitie geven aan dat zowel zij als de rechters alert zijn op de mogelijke aanwezigheid van kinderen in het gezin. Als kinderen getuige zijn van partnergeweld zeggen zij dit mee te nemen als strafverzwarende omstandigheid.
In de vier geanalyseerde vonnissen gepubliceerd op Rechtspraak.nl is bij twee zaken 304 Sr ten laste gelegd en bij de twee andere zaken niet. In alle vier de vonnissen besteedt de rechter aandacht aande aanwezigheid van de kinderen tijdens het plaatsvinden van het partnergeweld. Of het toepasvan artikel 304 Sr dan dan wel rekening houden ,et het feit dat kinderen getuige waren van het partnergeweld ook daadwerkelijk leidt tot een mogelijke verhoging van de straf is in de data of de uitspraken niet te achterhalen.

externe linkDownload de samenvatting en/of volledige tekst via WODC


Vianen, R.T. van, Boer, R. de, Jong, B.J. de, & Amersfoort, P. van. (2010). De inzet van het strafrecht bij kindermishandeling. Woerden: Adviesbureau Van Montfoort, WODC.