Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

De Prevalentie van Huiselijk Geweld in Nederland in 2010

01-02-2013

In deze notitie wordt een overzicht gegeven van de prevalentie van huiselijk geweld in Nederland op basis van de informantenrapportages en AMK-meldingen die deel uitmaken van de NPM-2010 (Alink et al., 2011).

Prevalentie

Op basis van de 561 gevallen van emotionele verwaarlozing (hieronder valt ook onderwijsverwaarlozing) die zijn gemeld door de informanten komen we op een prevalentieschatting van 69.959 gevallen.
Wanneer we hier de 18.019 gevallen van emotionele en onderwijsver-waarlozing die bij de AMK’s zijn gemeld bij optellen, komen we tot een totale prevalentie van 87.978 kinderen oftewel 25 per 1.000 kinderen die in 2010 slachtoffer waren van emotionele en onderwijsverwaarlozing.
De informanten hebben in totaal 301 kinderen gemeld die getuige waren van huiselijk geweld. Daarmee komen we op een prevalentieschatting van 35.308 gevallen. Bij de AMK’s zijn in 2010 nog eens 9.225 meldingen van huiselijk geweld binnengekomen, wat leidt tot een totale prevalentieschatting voor getuige zijn van huiselijk geweld van 44.533 kinderen, dat is 12 per 1.000 kinderen.

Van alle kinderen die in 2010 kindermishandeling hebben meegemaakt, was 74% slachtoffer van emotionele of onderwijsverwaarlozing en was 38% getuige van huiselijk geweld.

Plegers

De plegers van huiselijk geweld gemeld door de informanten waren alleen de biologische vader (40%), beide biologische ouders (34%), de biologische moeder met de stiefvader of een ander/onbekende persoon (10%), alleen de biologische moeder (5%), alleen de stiefvader (2%), of een van de grootouders (1%). In 8% van de gevallen was de dader een ander of onbekende persoon.

pdf bestandDe Prevalentie van Huiselijk Geweld in Nederland in 2010 (pdf, 16 Kb) (via leidenattachmentresearchprogram.eu)


Euser, S., Alink, L., IJzendoorn, R. van, & Bakermans-Kranenburg, M. (2013). De Prevalentie van Huiselijk Geweld in Nederland in 2010. Leiden: Centrum voor Gezinsstudies, Universiteit Leiden.