Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Evaluatie strafrechtelijke aanpak eergerelateerd geweld

28-06-2012

DSP-groep onderzocht wat er binnen het strafrechtelijke traject is gedaan om de doelstellingen te realiseren: vergroting van de weerbaarheid van slachtoffers en risicogemeenschappen, deskundigheidsbevordering van hulpverleners en politie en communicatie en samenwerking tussen verschillende betrokken instanties.

In het onderzoek zijn zijn vijf onderzoeksvragen geformuleerd die in twee fasen beantwoord zijn. In de eerste fase van het onderzoek is nagegaan welke activiteiten op landelijk niveau zijn uitgevoerd en tot welke resultaten deze activiteiten hebben geleid. In deze fase zijn sleutelpersonen op landelijk niveau geïnterviewd en is een internetenquête gehouden onder contactfunctionarissen eergerelateerd geweld van alle politieregio's.
In de tweede fase van het onderzoek is de doorwerking van de landelijke aanpak op regionaal niveau onderzocht. Hiertoe zijn 5 regio's geselecteerd (Amsterdam Amstelland, de drie
samenwerkende regio's Friesland, Groningen en Drenthe, Limburg Noord, Utrecht en Zuid-Holland Zuid) waar interviews zijn gehouden met de belangrijkste ketenpartners.

Conclusies

De eerste drie jaar van de strafrechtelijke aanpak zijn vooral benut om voorbereidingen te treffen, draagvlak te creëren bij de betrokken ketenpartners en opleidingen. De daadwerkelijke uitvoering van activiteiten heeft vooral in 2009-2010 plaatsgevonden. De landelijke uitvoering van activiteiten binnen de strafrechtelijke aanpak van eergerelateerd geweld, afgezien van de opgelopen vertraging, grotendeels beantwoordt aan de plannen.

  • De methode LEC EGG is landelijk geïntroduceerd en wordt in alle politieregio's toegepast. Knelpunten zijn de tijdsinvestering die met name de checklist en het niet kunnen gebruiken van onderdelen door problemen met het BVH-systeem bij de politie.
  • De borging van de strafrechtelijke aanpak (financiering, aanwijzing) is niet geheel geslaagd. Pas in februari 2011 is de toezegging voor structurele financiering van hetLEC EGG gekomen. Voor 2011 en 2012 is het centrum (incidenteel) gefinancierd door het ministerie van Veiligheid en Justitie.
  • Op landelijk niveau zijn voldoende voorwaarden gerealiseerd om op lokaal niveau samenwerking tussen politie, OM en hulpverlening (vrouwenopvang) aan te gaan. Er is regionaal ook sprake van samenwerking tussen de ketenpartners. De uitvoering ligt voor een groot deel bij de politie. Ze werken voor de herkenning en analyse van zaken, in de meeste regio’s nauw samen met hulpverlening zoals vrouwenopvang of in sommige regio’s ASHG. In de samenwerking met het OM  zijn verbeteringen wenselijk. Het landelijk ontwikkelde samenwerkingsprotocol wordt niet overal gehanteerd, maar afspraken zijn doorgaans wel vastgelegd.
  • De eerste post-initiële cursussen voor politiefunctionarissen zijn in 2009 gestart en tot eind 2010 in het kader van het programma uitgevoerd. Er zijn aanzienlijke verschillen in het aantal opgeleide medewerkers binnen regio’s, maar het voorgenomen aantal op te leiden politiemedewerkers is behaald. De opleidingen worden nuttig gevonden als basiscursus. In verschillende regio’s een aanvullende opleiding georganiseerd. Ook binnen het OM en de Zittende Magistratuur (ZM) volgden vanaf 2009 een groot aantal functionarissen de cursus over eergerelateerd geweld  (relatief weinig rechters).
  • Tijdens het interdepartementale programma zijn de voorbereidingen getroffen voor de invoering van een landelijk registratiesysteem bij de politie. Dit is in 2011 ingevoerd in alle regio’s en blijkens cijfers uit 2011 werken bijna alle regio’s met het systeem (23 van de 25).  De verschillen tussen regio’s in het aantal geregistreerde zaken in 2011 doen vermoeden dat er verschillen zijn in werkwijze. Ketenpartners van de politie hanteren geen eenduidige registratie waardoor uitwisseling lastig is. Knelpunt is vooral dat bij het OM niet of op andere wijze wordt geregistreerd.

Bereik doelstellingen

  • De politie is steeds beter in staat eergerelateerd geweld te herkennen en weten ook hoe ze moeten handelen bij deze signalen, mede dank zij de invoering van de methode LEC EGG.
  • De betere herkenning van eergerelateerd geweld maakt het voor de hulpverlening (politie & vrouwenopvang) mogelijk slachtoffers van eergerelateerd geweld beter te helpen.
  • De voortgang op de doelstelling (potentiele) daders van eergerelateerd geweld op te sporen en te vervolgen is, door onvolledige registratie, moeilijk te bepalen.

Samenwerking en gegevensuitwisseling

  • De samenwerking tussen politie en vrouwenopvang - of ASHG in sommige regio’s - is de afgelopen jaren in de meeste regio’s geïntensiveerd. Bij andere samenwerkingspartners zoals Jeugdzorg en Raad voor de Kinderbescherming is er nog een gebrek aan expertise. De wederzijdse verwachtingen zijn voldoende op elkaar afgestemd (met uitzondering van Limburg Noord).
  • De gegevensuitwisseling in de regio’s over casuïstiek gebeurt op wisselende wijze (structureel casusoverleg, Veiligheidshuis, incidenteel casusoveleg). Uitwisseling van registraties van eergerelateerd geweld tussen politie en vrouwenopvang gebeurt nauwelijks.

Knelpunten en verbeterpunten

  • Deskundigheidsbevordering bij ketenpartners als Bureau Jeugdzorg en Raad voor de Kinderbescherming is wenselijk. Maar er is ook pleidooi voor verbreding en verdieping kennis en borging (en actueel houden) van de kennis bij de politie (in het initiële onderwijs).
  • Verbeterpunten die betrekking hebben op de bescherming van slachtoffers.
  • De uitwisseling van informatie tussen politie en OM moet worden verbeterd.
  • Een koppeling van informatie van de politie en het OM, zodat de resultaten van de strafrechtelijke aanpak inzichtelijk worden.
  • Er blijft behoefte aan beleidsmatige ondersteuning bij de organisatie van de aanpak.

pdf bestandVolledige tekst van evaluatie strafrechtelijke aanpak eergerelateerd geweld (pdf, 997 Kb) (via WODC).


Loef, L.,& Aalst, M. van. (2012).Evaluatie strafrechtelijke aanpak eergerelateerd geweld. Eindrapportage. Amsterdam, Den Haag: DSP-groep, WODC.