Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Geen dubbel werk in Jeugdbescherming

20-02-2007
Het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming naar kinderen die in een bedreigende gezinssituatie verkeren, is van deugdelijke kwaliteit, sluit goed aan op de informatie van Bureau Jeugdzorg en het AMK, en biedt rechters een degelijke basis om een beslissing te nemen in beschermingszaken.

Onderzoekstaak

Dit blijkt uit een zojuist verschenen rapport van het Verwey-Jonker Instituut waarvoor bijna 1000 dossiers zijn bekeken en 19 kinderrechters zijn geïnterviewd.
Sinds de invoering van de Wet op de jeugdzorg per 1 januari 2005, is de Raad voor de Kinderbescherming in beschermingszaken een tweedelijnsorganisatie. Meldingen van zorgelijke situaties rond kinderen komen – met uitzondering van crisissituaties - eerst bij het Bureau Jeugdzorg (BJZ) of het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) terecht. Daarna gaat de melding, voorzien van informatie, naar de Raad.

Kinderen moeten sneller dan nu het geval is de hulp krijgen die noodzakelijk is, vinden zowel de Raad als Bureau Jeugdzorg en de kinderrechters. Hiervoor is efficiënte samenwerking noodzakelijk en moet dubbel werk worden voorkomen. Als een ingrijpen in het gezag van de ouders aan de orde is, is zorgvuldigheid en onafhankelijkheid echter geboden.

De Raad gaat bij het onderzoek uit van de informatie die BJZ aanreikt, valideert deze en onderbouwt met feiten het verzoek tot een maatregel aan de rechter. Het onderzoek van de Raad heeft juist op dit punt volgens het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut een belangrijke en eigenstandige toegevoegde waarde. In een kwart van de meldingen door BJZ/AMK blijkt dat na onderzoek door de Raad alsnog vrijwillige hulpverlening mogelijk is, waarmee een ingrijpende kinderbeschermingsmaatregel niet meer nodig is.

Bruikbare informatie

De kinderrechters zijn tevreden over de volledigheid en de bruikbaarheid van de informatie in het raadsrapport (wanneer het standaardzaken betreft). Ze pleiten wel voor een kortere duur van het raadsonderzoek, door het beperken van de informatiebronnen en het voorrang geven aan actuele informatie. De toegevoegde waarde van de Raad bestaat volgens de kinderrechters uit het onafhankelijk toetsen van de informatie en het onderzoeksresultaat aan het belang van het kind. De Raad kijkt bovendien vanuit een juridische invalshoek en heeft een zekere afstand tot de zaak, waardoor een omvattend gezichtspunt mogelijk is.

Het onderzoek bevestigt dat een snellere afhandeling mogelijk is als Bureau Jeugdzorg zich meer zou richten op informatie die helpt bij het juridisch onderbouwen van een maatregel. Om te voorkomen dat relevante informatie veroudert en opnieuw moet worden onderzocht, valt nog winst te behalen in het compacter maken van de onderzoeksaanpak en het sneller oppakken van zaken door de Raad.

pdf bestandDownload een samenvatting van De onderzoekstaak van de Raad voor de Kinderbescherming (pdf, 99 Kb).


De onderzoekstaak van de Raad voor de Kinderbescherming (2007). Majone Steketee, Marjolein Goderie, Huub Braam. Met medewerking van Jodi Mak. ISBN 978-90-5830-230-4; 127 pagina's; € 9,50-- Dit rapport is te bestellen via de website externe linkwww.verwey-jonker.nl.
De publicatie is ook te downloaden van de website (PDF) van het Verwey-Jonker Instituut: externe linkwww.verwey-jonker.nl en externe linkwww.kinderbescherming.nl. Ook is daar een informatieblad beschikbaar met de vraagstelling, onderzoeksopzet, resultaten en conclusies samengevat.