Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Huiselijk geweld in Nederland. Overkoepelend syntheserapport van het vangst-hervangst-, slachtoffer- en daderonderzoek 2007-2010

14-01-2011

In het kader van het project ‘Aanpak huiselijk geweld’, een onderdeel van het Veiligheidsprogramma, zijn vier studies naar huiselijk geweld uitgevoerd. Dit afsluitende onderdeel werd door het WODC en Intervict (Universiteit van Tilburg) uitgevoerd. Het overkoepelende rapport integreert de belangrijkste conclusies van de drie studies, geeft de reikwijdte hiervan aan en presenteert de resultaten van enkele nieuwe analyses.

Uitkomsten synthese

Slachtoffers

Ruim 9% van de Nederlandse bevolking was de voorgaande vijf jaar slachtoffer van evident huiselijk geweld. Ongeveer 40% rapporteert over één of enkele vervelende incidenten in de huiselijke kring van relatief geringe ernst of over huiselijk geweld dat zich langer dan vijf jaar geleden voordeed. Ongeveer 50% van de Nederlandse bevolking heeft nooit te maken gehad met huiselijk geweld of met een vervelend incident in de huiselijke kring.

In bijna 75% van de gevallen van evident huiselijk geweld gaat het om lichamelijk geweld (65%) en seksueel geweld (8%). Geschat wordt dat er jaarlijks in Nederland minstens 200.000 personen slachtoffer worden van (evident) huiselijk geweld dat wordt gepleegd door ongeveer 100.000 à 110.000 verdachten van huiselijk geweld. Deze aantallen mogen niet worden verward met de aantallen incidenten huiselijk geweld waarvan soms schattingen in de media opduiken.

De sekseverdeling in het slachtofferschap van evident huiselijk geweld van 60% vrouw en 40% man betekent een aanmerkelijke verschuiving in vergelijking met de sekseverhouding in het slachtofferschap (meestal in de orde van grootte van 84% vrouw en 16% man), die nu nog vaak in beleidsnota’s wordt aangehouden en die mogelijk is gebaseerd op de sekseverhouding in de politieregistratie van huiselijk geweld voor het jaar 2006 (Ferwerda, 2007). Deze verschuiving lijkt nog niet ten einde te zijn, want de afgelopen jaren stegen de geschatte aantallen mannelijke slachtoffers sneller dan de geschatte aantallen vrouwelijke slachtoffers.

Plegers

Mannen zijn veruit in de meerderheid als verdachten van daderschap van huiselijk geweld: 83% van de verdachten is man en 17% vrouw. Wel moet daarbij worden aangetekend dat de afgelopen jaren de geschatte aantallen vrouwelijke verdachten sneller stegen dan de geschatte aantallen mannelijke verdachten. De justitiële dadergroep plegers van huiselijk geweld bestaat voor 93% uit mannen en voor 7% uit vrouwen. In deze groep zijn de niet-westerse allochtone groepen oververtegenwoordigd. De omvangschatting bevestigt deze oververtegenwoordiging.

Analyses van slachtoffer- en daderdata convergeren en laten zien dat partner- of ex-partnergeweld 60 à 65% van het evident huiselijk geweld uitmaakt. Een percentage in deze orde van grootte wordt ook gevonden in de omvangschatting. Vrouwen rapporteren vaker dan mannen dat ze te maken hebben met partnergeweld, zowel wat betreft slachtoffer- als daderschap. Er zijn diverse vormen van partnergeweld, maar intimate terrorism is de meest extreme en ongelijkwaardige categorie van partnergeweld.

Bij intimate terrorism probeert de dader het slachtoffer te domineren door controle en macht uit te oefenen. Bedreiging, isolatie en economische deprivatie vormen de basisingrediënten hiervoor. Volgens Graham-Kevan en Archer (2008) wordt intimate terrorism driemaal zo vaak door mannen uitgeoefend als door vrouwen.

Op basis van de online paneldata werd een profiel van gedragscontrolekenmerken opgesteld dat plegers van intimate terrorism onderscheidt van de andere plegers van huiselijk geweld. Met dit profiel kon in 82% van de gevallen correct worden voorspeld of een dader tot de groep intimate terrorism behoort of tot de groep andere plegers van huiselijk geweld. De groep intimate terrorism bleek op bijna alle geweldsvormen significant meer partnergeweld te plegen dan de andere plegers van huiselijk geweld. Vrouwen waren in de groep intimate terrorism minder vertegenwoordigd dan in de andere groep plegers. Het ontwikkelde profiel maakt het hulpverleners mogelijk om deze extreme vorm van huiselijk geweld sneller te herkennen en passende hulp aan te bieden.

Plegers / slachtoffer

Daders van huiselijk geweld blijken in bijna twee derde van de gevallen ook slachtoffers van (voorvallen van) huiselijk geweld te zijn. Slachtoffers van huiselijk geweld zijn in ruim een derde van de gevallen ook daders van voorvallen van huiselijk geweld. Er bestaat een significant statistische samenhang tussen slachtoffer- en daderschap van lichamelijk geweld, seksueel geweld en overig geweld. Hoewel er nog vragen openstaan over de verdeling van de samenhang over de seksen kan al worden geconcludeerd dat er relatief aak een verwevenheid bestaat tussen slachtoffer- en daderschap van huiselijk geweld. Voor de hulpverlening kan deze bevinding aangrijpingspunten bieden voor het aanbieden van systeemgerichte hulp.

Meldingen

Op dit moment melden slachtoffers relatief vaker huiselijk geweld bij de politie dan voorheen. In het eerste grootschalige huiselijkgeweldonderzoek uit 1997 was het meldingspercentage bij de politie 12%, nu is dat opgelopen naar 20%. Huiselijk geweld blijft minder vaak verborgen. Wel melden mannen minder vaak slachtofferschap van huiselijk geweld bij de politie dan vrouwen.

Daders die vanwege huiselijk geweld door justitie werden vervolgd waren in 70% van de gevallen al eerder met justitie in aanraking geweest. Deze daders werden gemiddeld zesmaal eerder vanwege een misdrijf vervolgd. 30% van deze daders gaat na het plegen van huiselijk geweld door met het plegen van misdrijven en komt binnen twee jaar opnieuw met justitie in aanraking, meestal vanwege een gewelds- of verkeersdelict.

Downloads

pdf bestandVolledige tekst Huiselijk geweld in Nederland (pdf, 1,45 MB) (via WODC).

Er is ook een artikel over dit rapport verschenen in pdf bestandJustitiële Verkenningen, 2010, jaargang 36 aflevering 8 (pdf, 2,11 MB) (via wodc.nl)


Veen, H.C.J. van der, & Bogaerts, S. (2010). Huiselijk geweld in Nederland: overkoepelend syntheserapport van het vangst-hervangst-, slachtoffer- en daderonderzoek 2007-2010. Den Haag, WODC.
Veen, H.C.J. van der, & Bogaerts, S. (2010).Het landelijke onderzoek huiselijk geweld 2010. De methode en de belangrijkste resultaten. Justitiële Verkenningen 36(8), 33-46.