Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Aard, omvang en hulpverlening

Huiselijk geweld onder Turken, Surinamers, Antillianen en Arubanen

10-10-2002

Ook onder allochtonen die in Nederland wonen is huiselijk geweld een veelvoorkomend probleem. Dit is de conclusie van een onderzoek van Intomart in opdracht van het ministerie van Justitie naar huiselijk geweld onder Turken, Marokkanen, Surinamers, Antillianen en Arubanen. Hieruit blijkt dat de omvang van huiselijk geweld onder allochtonen gezinnen verontrustend hoog is, maar dat huiselijk geweld minder vaak gerapporteerd wordt dan in het onderzoek onder autochtonen.

Uit een nadere analyse van de onderzoeksgegevens, ervaringen van de enquêteurs en gesprekken met allochtone deskundigen komt naar voren dat in het onderzoek naar alle waarschijnlijkheid sprake is van onderrapportage. Volgens de onderzoekers heeft dit te maken met de gevoeligheid en de geringe bespreekbaarheid van het onderwerp.

Het ministerie van Justitie heeft in 1997 een kwantitatief onderzoek uit laten voeren naar huiselijk geweld in autochtone kring. Om inzicht te krijgen in de totale aard en omvang van huiselijk geweld is (na een haalbaarheidsstudie in 2000) besloten dit onderzoek qua opzet te herhalen, maar dan gericht op allochtonen.

Uit dit onderzoek blijkt dat 1 op de 4 van de 849 respondenten slachtoffer is (of is geweest) van huiselijk geweld. Uit het onderzoek onder autochtonen uit ’97 bleek dat ruim 40 % van de Nederlanders ooit slachtoffer is geweest. Gezien de aanwijzingen voor geringe bespreekbaarheid van het onderwerp trekken de onderzoekers de conclusie dat de cijfers in het onderzoek een ondergrens zijn. De exacte omvang van het huiselijk geweld is hierdoor niet vast te stellen. Overigens verschilt de mate waarin melding wordt gemaakt van huiselijk geweld voor de verschillende onderzochte groepen. Antillianen en Surinamers rapporteren meer huiselijk geweld dan Marokkanen en Turken.

Het ministerie van Justitie heeft besloten om, op advies van de begeleidingscommissie, de resultaten als uitgangspunt te nemen voor nadere gesprekken met allochtone organisaties. Met deze organisaties wordt bezien of de vermoedens van onderrapportage worden onderschreven en of specifieke acties gewenst zijn in allochtone kring. Dit moet leiden tot een aanpak die in lijn is met de kabinetsnota Privé Geweld - Publieke Zaak.