Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Interventies bij huiselijk geweld

31-01-2012

Vergelijkend onderzoek naar het huisverbod en reguliere interventies in de regio’s Midden- en West-Brabant

Doel en aanpak

De invoering van de WTH heeft in Tilburg geleid tot het ontwikkelen van een gedetailleerd plan van aanpak ter voorbereiding van de lokale implementatie van de WTH (1 maart 2009).

Het doel van dit onderzoek is tweeledig: inzicht in de ervaringen met de ketensamenwerking en een inschatting van de effectiviteit daarvan en op de tweede plaats inzicht in de werking van de WTH vanuit de slachtoffers.
Om de vraag te beantwoorden of er sprake is van een consistente uitvoering van het huisverbod in de regio’s Midden – en West-Brabant is gebruik gemaakt van registratiegegevens, afkomstig van de politie en het SHG. Om de vraag te beantwoorden naar de ervaringen van slachtoffers van huiselijk geweld die een beroep doen op de politie (en al dan niet met een huisverbodmaatregel te maken krijgen) zijn interviews gehouden met een (selecte) steekproef van 27 vrouwen, geworven in Tilburg en Breda.

Resultaten

Consistente uitvoering

Over het geheel genomen laten de politiedistricten in Breda en Tilburg, zowel in kwantitatief opzicht (aantal opgelegde huisverboden) als in kwalitatief opzicht (karakteristieken van de huisverboden en betrokkenen) een redelijk vergelijkbaar beeld zien. De totale instroom van meldingen over huiselijk geweld is in Breda lager dan in Tilburg. Het huisverbod wordt in beide steden zeer spaarzaam ingezet. Er is wel een verschil te constateren bij de verlengingen van het huisverbod. In de gemeente Tilburg wordt een huisverbod alleen verlengt als er geen andere manier is om het veiligheidsrisico te beperken. Dat gebeurde in Breda vaker dan in Tilburg. Het wordt ingezet bij ernstige geweldsincidenten (bijna 90% valt samen met een strafrechterlijk traject). De preventieve doelstelling van de WTH wordt niet gerealiseerd.
Een kwart van alle uithuisgeplaatsten in de regio komt binnen anderhalf jaar weer in aanraking met de politie als verdachte van een gewelddelict. Dat wijst op een geringe effectiviteit van de maatregel voor plegers.

Ervaringen van slachtoffers

De uitkomsten zijn niet generaliseerbaar en geven vooral inzicht in een tendens in deze onderzoeksgroep.
De groep waar de partner een huisverbod had gehad, had gemiddeld genomen wel iets ernstiger geweld (m.n. duur en frequentie) achter de rug: de politie was vaker eerder te hulp geroepen dan in de groep zonder huisverbod. Ook in de groep zonder huisverbod komt geregeld dusdanig ernstig geweld voor, dat op basis daarvan niet duidelijk is waarom geen huisverbod werd opgelegd. Er lijkt zich in de politiepraktijk een tendens voor te doen tot onderschatting van de ernst van de risico’s bij huiselijk geweld en een gerichtheid op zaken die zeer ernstig zijn en ook strafrechtelijk zijn te kwalificeren.
Beide groepen hebben de behoefte aan bescherming en dat de politie het geweld of de dreiging stopt. In beide groepen respondenten is een meerderheid tevreden over het politieoptreden. Men voelt zich begrepen, serieus genomen en krijgt voldoende informatie. Slechts een minderheid (ongeveer een kwart), is kritischer in haar oordeel en geeft aan geregeld onbegrip te ervaren.
De vrouwen in de groep met een huisverbod zijn iets positiever over het effect van het politieoptreden dan de vrouwen in de groep zonder huisverbod. De uithuisplaatsing brengt een duidelijk gemarkeerde verandering teweeg, gevolgd door een intensief begeleidingstraject.
In de huisverbod groep heeft op één na iedereen contact gehad met het SHG, terwijl dit in de niet-huisverbod groep voor de helft van hen geldt. In beide groepen is er een minderheid die er geen gebruik van maakt (iets vaker in de niet-huisverbod groep) of zich onttrekt aan de hulpverlening.
In twee opzichten kwamen meer structurele knelpunten naar voren in de aansluiting tussen de behoeften van slachtoffers en de geboden hulpverlening: het gebrek aan ruimte en tijd om zelf te beslissen (betutteling) en de invulling en afstemming van de hulpverlening aan henzelf, de (ex-) partner en eventueel kinderen (systemische hulp).
De vrouwen wier partner uit huis is geplaatst zijn aanmerkelijk positiever in hun algehele terugblik op de interventie, meer tevreden met het leven zoals het nu is en rapporteren een betere gezondheid, minder angst, en minder onveiligheid. Alles wijst erop dat het huisverbod, sterker dan een reguliere politie-interventie en hulpverlening, bijdraagt aan een verhoging van de weerbaarheid van vrouwen en in die zin emanciperend werkt. Het draagt bij aan het stoppen van geweld binnen deze relatie, omdat een substantieel deel van de achterblijvers besluit te scheiden.
In de ketensamenwerking zijn belangrijkste succespunten de waardering voor de inzet en werkwijze van het SHG MB en de WTH als dwingend wettelijk kader. In de praktijk wordt binnen de ketensamenwerking aan huisverbodzaken voorrang gegeven.
Het korte termijn effect: het geweld stopt vrijwel altijd omdat partijen uit elkaar worden gehaald bij een huisverbod. Over het effect van het huisverbod of de interventie op de langere termijn zijn alle ondervraagden, bij gebrek aan systematische gegevens, terughoudend.

Verbeterpunten ketensamenwerking

  • Training en deskundigheidsbevordering met het oog op professionalisering en uniformering in de politieaanpak
  • Heldere afspraken bij uitwisseling van cliëntinformatie
  • Extra middelen noodzakelijkop voor het toenemend aantal meldingen
  • Bindende afspraken over totstandkoming van behandeltrajecten en wie welke verantwoordelijkheden draagt
  • Integratie en onderlinge verbinding van hulpverleningstrajecten voor pleger, kind en slachtoffer
  • Vergaren van systematische kennis over de effectiviteit van interventies

Conclusies

De uitvoering van de WTH is op korte termijn effectief om geweld van de pleger in de relatie in de meeste gevallen te stoppen en slachtoffers te beschermen. Slachtoffers vreden nog wel voor herhaling van geweld op korte termijn en in de praktijk van alledag vallen kinderen als getuige van geweld - en dus als slachtoffer - soms nog tussen wal en schip.

pdf bestandDownload volledige tekst van Interventies bij huiselijk geweld (pdf, 1 MB)(via website Tilburg University).


Romkens, R., van der Aa, S., Lens, K., & Oskam, M. (2011). Interventies bij huiselijk geweld: Vergelijkend onderzoek naar het huisverbod en reguliere interventies in de regio’s Midden- en West-Brabant. Tilburg: Intervict.