Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Meer dan bed, bad, broodje pindakaas

Profiel, gezondheid, welzijn en begeleiding van kinderen in de vrouwenopvang en maatschappelijke opvang

Zowel in Nederland als daarbuiten is onderzoek naar kinderen in de opvang schaars. Het Onderzoekscentrum maatschappelijke zorg van het UMC St Radboud Nijmegen heeft in opdracht van het ministerie van VWS onderzoek gedaan naar deze kwetsbare groep kinderen

In dit onderzoek worden de kinderen onderzocht die met hun ouder(s) (97% met hun moeder) naar de vrouwenopvang (VO) of maatschappelijke opvang (MO) meekomen. Men wilde in dit onderzoek inzicht krijgen in de kenmerken van de kinderen, hun gezondheid en welzijn, welke hulp ze krijgen bij hun verblijf en een beeld van het dagelijks leven van de kinderen. Als informatiebron worden zowel de kinderen, de ouders als ook de medewerkers van de opvang gebruikt. De omvang van de groep kinderen die onderzocht is was 187. Er werden verschillende instrumenten gebruikt voor het verzamelen van materiaal over de kinderen (vragenlijsten, interviews, verschillende meetinstrumenten, groepsbijeenkomsten). De uitkomsten op de verschillende onderdelen zijn uitgesplitst naar verschillende leeftijdsgroepen en ook naar bijvoorbeeld verschillen in VO en MO. Hier een indruk van de uitkomsten van het onderzoek.

Profiel

De allochtone kinderen zijn oververtegenwoordigd en ze hebben een laag opleidingsniveau. De moeders zijn voor het merendeel niet in Nederland geboren, hebben een (aanzienlijk) lager opleidingsniveau en de meerderheid is aangewezen op een uitkering. Veel kinderen vinden de relatie met hun moeder in de opvang goed. Ze hebben vaak buiten de opvang een persoon die ze als ouder beschouwen en die ze vaak idealiseren. De kinderen hebben wel vrienden waar ze regelmatig iets mee doen, maar zijn toch veel op zichzelf aangewezen.

Gezondheid en welzijn

Veel van de kinderen hebben meerdere stressvolle of traumatische ervaringen meegemaakt: de meeste kinderen verschillende vormen van huiselijk geweld waar ze getuige van waren en zo'n 11 % was slachtoffer van kindermishandeling. Driekwart van de kinderen heeft een scheiding meegemaakt, 40% is van school moeten veranderen of verhuist.

Begeleiding in de opvang

Op basis van de inzichten van de medewerkers van de opvang is gekeken naar de baat die de kinderen hebben bij het verblijf in de opvang. De kinderen krijgen geen individuele intake gesprekken of begeleiding. Er zijn een aantal gebieden waarop ze wel begeleiding krijgen zoals het leven in het algemeen, dagbesteding, relatie met de moeder, veiligheid, de woonsituatie en het psychisch functioneren. Op deze gebieden vinden de kinderen ook baat van hun verblijf. Maar andere gebieden zoals lichamelijke gezondheid, zelfverzorging en hun relatie met de familie buiten krijgen ze geen begeleiding. Relatie met de ouder buiten de opvang, de rest van de familie en vrienden verslechtert vaak.

Dagelijks leven

De woonsituatie van de kinderen wordt redelijk positief genoemd, de verzorging door de moeders is goed. Meer dan de helft van de kinderen (60%) vindt de opvang '(heel) leuk'. De jongeren hebben te weinig ruimte om zich terug te trekken.

Bestellen van deze publikatie externe linkWebsite uitgever SWP.


Brilleslijper-Kater, S., Beijersbergen, M., Asmoredjo, J., Jansen, C. & Wolf, J. (2009). Meer dan bed, bad, broodje pindakaas: Profiel, gezondheid, welzijn en begeleiding van kinderen in de vrouwenopvang en maatschappelijke opvang. Amsterdam. SWP. ISBN 978 90 8850 101 2. 108 pag., € 16,80)