Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Kindermishandeling in Nederland Anno 2010

De Tweede Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van kinderen en jeugdigen (NPM-2010). De vraag was of de prevalentieschattingen van kindermishandeling in 2010 verschillen ten opzichte van 2005 en of dezelfde risicofactoren een rol spelen.

Rapportage door beroepskrachten en scholieren

Vorig jaar waren in Nederland 34 per 1000 kinderen van 0-17 jaar slachtoffer van mishandeling of verwaarlozing. Dat zijn in heel Nederland bijna 119.000 kinderen in één jaar tijd. Dit cijfer is gebaseerd op gevallen van kindermishandeling gerapporteerd door meer dan 1.100 beroepskrachten die met kinderen te maken hebben in allerlei sectoren zoals onderwijs, juridische en sociaalmedische zorg, in combinatie met het aantal gemelde kinderen bij de Advies-en Meldpunten Kindermishandeling (AMK). Ook rapporteerden bijna 2.000 middelbare scholieren over mishandeling. Ongeveer 99 per 1.000 middelbare scholieren gaven aan in 2010 te zijn mishandeld, hetzelfde aantal als vijf jaar geleden.

Aantal meldingen

Sinds 2005 is het aantal meldingen van mishandeling gestegen. Bij de AMK’s steeg het aantal meldingen van 3,8 naar 6,4 per 1.000 kinderen. De schattingen op basis van meldingen door beroepskrachten stegen van 24,1 tot 27,4 per 1.000 kinderen. Vooral onderwijs- en emotionele verwaarlozing zijn toegenomen. Ook getuige zijn van geweld in het gezin werd vaker gemeld.

Risicofactoren

Gezinnen met (zeer) laag opgeleide ouders, met werkloze ouders, éénoudergezinnen, gezinnen met drie of meer kinderen, en stiefgezinnen laten een groter risico op kindermishandeling zien. Ook een allochtone achtergrond betekent een verhoogd risico, maar voor gezinnen van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse, of Antilliaanse herkomst valt dat extra risico weg als rekening wordt gehouden met het gemiddeld lagere opleidingsniveau. Voor gezinnen uit landen die op een vluchtelingstatus duiden blijft het risico bestaan. Mogelijk spelen trauma’s in deze gezinnen daarbij een belangrijke rol. Vijf jaar geleden kwamen ongeveer dezelfde risicogroepen naar voren.

Conclusie en aanbeveling

De aandacht voor kindermishandeling in de afgelopen jaren heeft geleid tot een toename in het aantal meldingen maar nog niet tot een merkbare daling in aantallen slachtoffers, constateren de onderzoekers van de Universiteit Leiden en TNO. Ze pleiten voor structurele investeringen in een krachtiger aanpak, door opvoedingsondersteuning voor ouders in het eerste jaar als voorbereiding op geweldloos ouderschap algemeen te maken.

pdf bestandKindermishandeling in Nederland Anno 2010 (2e editie 2012) (pdf, 3,88 MB) (via leidenattachmentresearchprogram.eu)
Of download pdf betandde Samenvatting rapport Kindermishandeling 2010 (pdf, 615 Kb) (via leidenattachmentresearchprogram.eu)


Alink, L., IJzendoorn, R. van, Bakermans-Kranenburg, M.J., Pannebakker, F., Vogels, T., & Euser, S. (2012). Kindermishandeling in Nederland Anno 2010: De Tweede Nationale Prevalentiestudie mishandeling van kinderen en jeugdigen (NPM-2010). (Tweede editie). Leiden: Casimir.