Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen

14-05-2007

Hoe vaak komt kindermishandeling voor? Tot nu toe werd steeds uitgegaan van schattingen, op basis van Amerikaanse studies. Dit onderzoek is de eerste Nederlandse studie naar de prevalentie van kindermishandeling. Doelstelling van het onderzoek was inzicht te verschaffen in de prevalentie van verschillende typen van kindermishandeling in Nederland.

Door het onderzoek kunnen risicogroepen omlijnd worden, zodat preventie- en interventieprogramma’s gericht kunnen worden opgezet. Ook legt het onderzoek de basis voor de ontwikkeling van een periodieke monitor waarmee de invloed van beleid en hulpverlening kan worden nagegaan.

In dit onderzoek geven de auteurs antwoord op de volgende onderzoeksvragen:

  • Hoe vaak komt kindermishandeling in Nederland voor?
  • Welke typen mishandeling komen voor?
  • Wat kenmerkt de slachtoffers van kindermishandeling?
  • Wat kenmerkt de daders van kindermishandeling?
  • In welke gezinssituaties doet kindermishandeling zich voor?

De NPM-2005 maakte gebruik van meer dan 1.100 informanten, verspreid over heel Nederland. De informanten zijn professionals die beroepsmatig met kinderen te maken hebben in allerlei sectoren van de samenleving zoals onderwijs, opvoedingsondersteuning, juridische en sociaal-medische zorg. Ze zijn voor dit onderzoek geïnstrueerd in het gebruik van een meetinstrument met nauwkeurige omschrijvingen van de diverse vormen van fysieke en emotionele kindermishandeling, zodat voor iedere informant duidelijk is wat kindermishandeling is en wat niet. Daarnaast hebben de onderzoekers gebruikgemaakt van de formele registraties van kindermishandeling in 2005 door de 17 Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK’s).

De prevalentie van kindermishandeling: 107.200 gevallen

In deze NPM-2005 studie wordt de omvang van kindermishandeling geschat op 107.200 gevallen, dat betekent ongeveer 30 gevallen van kindermishandeling op iedere 1.000 kinderen in 2005. Dit is vergeleken met soortgelijke studies in het buitenland hoog. Zo is de prevalentie van kindermishandeling in de Verenigde Staten met een soortgelijke methode geschat op 23 gevallen per 1000 kinderen.

Wanneer alleen gekozen wordt voor de zwaarste gevallen van kindermishandeling (met aanwijsbare schade) dan komt de studie uit op een totaal van 37.201 nieuwe gevallen van kindermishandeling in 2005. Worden de 13.538 door de AMK’s gesignaleerde (afgesloten) gevallen van kindermishandeling in 2005 daar bijgevoegd, dan kan de ondergrens voor het aantal kindermishandelinggevallen van de ernstigste soort in 2005 geschat worden rond 50.000 (rekening houdend met overlap tussen de AMK en NPM-2005 registraties). De gangbare, op Amerikaanse leest geschoeide schatting van 50.000 ~ 80.000 kinderen in Nederland die slachtoffer zouden zijn van kindermishandeling (Willems, 1999) blijkt dus een onderschatting te zijn geweest.

De meerderheid van de gevallen betreft vormen van verwaarlozing: fysieke en emotionele verwaarlozing en verwaarlozing van het onderwijs. Seksueel misbruik komt het minst voor: naar schatting ruim 4.700 kinderen en jeugdigen in 2005 (1,3 op de 1000 kinderen heeft in dat jaar met deze vorm van mishandeling te maken gehad). Het percentage seksueel misbruik is 4,4% van het totale aantal gevallen van mishandeling. Seksuele mishandeling kan moeilijk geïsoleerd worden van andere vormen van mishandeling waarmee zij in werkelijkheid veelal gepaard gaat. Fysieke mishandeling komt in ruim 19.000 gevallen voor. Bijna een kwart van de slachtoffers van kindermishandeling ondergaat seksuele en/ of fysieke mishandeling.

Factoren die het risico op kindermishandeling verhogen

Zeer laag opgeleide ouders (geen afgeronde opleiding na de basisschool) en werkloze ouders verhogen de kans op kindermishandeling. Ook de gezinsvorm speelt een rol: in eenoudergezinnen, in stiefgezinnen en in grotere gezinnen (met drie of meer kinderen) treedt kindermishandeling vaker op.
Ook is er een sterke samenhang met etnisch-culturele achtergrond. Kindermishandeling komt vaker voor in gezinnen van allochtone herkomst dan mag worden verwacht op grond van hun aandeel in de Nederlandse bevolking. De samenhang van (zeer lage) opleiding met kindermishandeling is echter vele malen sterker dan die van etnisch-culturele achtergrond.
Een samengaan van de genoemde risicofactoren leidt echter tot het scherpste risicoprofiel.

Ten slotte pleiten de onderzoekers voor herhaalde, driejaarlijkse peilingen van de prevalentie van kindermishandeling in Nederland.

Het rapport is te downloaden via de site van de externe linkUniversiteit Leiden


De Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen (NPM-2005). M.H. van IJzendoorn et al. Leiden: Universiteit Leiden, 2007.