Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Partiële kwaliteitsbepaling Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld

15-11-2010

Het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) is een goed bruikbaar instrument. Dat staat in een brief die de minister Hirsch Ballin van Justitie vandaag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. In de brief gaat de minister in op de uitkomsten van het WODC-onderzoek naar het gebruik van het RiHG.

De minister beloofde de Kamer in december 2007 dat het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) nader zou worden onderzocht, met het oog op verdere ontwikkeling. Dit onderzoek, ‘Partiële kwaliteitsbepaling RiHG’, is in juli van dit jaar gereedgekomen. In het onderzoek wordt partieel de kwaliteit van het RiHG onderzocht door na te gaan of het RiHG – onder meer op wetenschappelijke en praktische gronden - de juiste (selectie van) items bevat.

Huisverbod

Aanleiding voor het onderzoek is de invoering van de Wet tijdelijk huisverbod.
Met deze wet, ingegaan op 1 januari 2009, is het mogelijk geworden om plegers van huiselijk geweld een tijdelijk huisverbod op te leggen (voor de duur van tien dagen). Het huisverbod houdt in dat de pleger zijn of haar woning niet meer in mag en ook geen contact mag opnemen met partner, kinderen en/of andere huisgenoten. Op deze wijze wordt een afkoelingsperiode gecreëerd, waarbinnen de nodige hulpverlening op gang
kan worden gebracht en waardoor escalatie kan worden voorkomen.

Om de wet goed te kunnen uitvoeren, is een instrument ontwikkeld, waarmee
de politie ter plekke het risico dat huiselijk geweld zal optreden kan
inschatten: het RiHG. Inmiddels is het RiHG circa anderhalf jaar in gebruik.

Conclusie

De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dat het RiHG een goed bruikbaar instrument is. Er is nauwelijks fundamentele kritiek over het gebruik en de bruikbaarheid. Wat het tijdsbeslag betreft wordt geconcludeerd dat niet zozeer het invullen van het RiHG veel tijd kost als wel de hele procedure rondom het huisverbod. Denk aan reistijd, het spreken met alle betrokkenen, etc.

In het onderzoek worden tien aanbevelingen gedaan om het RiHG op onderdelen verder te ontwikkelen; deze aanpassingen zijn grotendeels eenvoudig te realiseren. Ze zullen naar verwachting weinig tijdsbesparing opleveren, omdat ze vooral het instrument zelf betreffen en niet de procedure.

Reactie minister

De minister geeft in de Kamerbrief nog geen inhoudelijke reactie op het onderzoek.
Hierbij speelt mee dat er, naast dit onderzoek en de procesevaluatie, dit najaar ook het onderzoek naar rechtsbescherming bij het huisverbod wordt gepubliceerd. De minister heeft het voornemen om één beleidsreactie bij deze drie onderzoeken te formuleren.