Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Pionieren in de mannenopvang

18-08-2011

Een verkennende onderzoek naar de ernst van de problematiek van mannelijke slachtoffers en naar het effect van de opvang.

De vier grote steden hebben sinds 1 juli 2008 een opvang met in totaal 40 opvangplekken. Deze zijn bestemd voor slachtoffers van (dreigend) geweld in afhankelijkheidsrelaties en slachtoffers van mensenhandel. In het verkennende onderzoek 'Pionieren in de mannenopvang' is, aan de hand van een steekproef onder (ex)slachtoffers, gekeken naar de ernst van de problematiek en naar het effect van de opvang.

Aanmelding en opvang

Tussen 1 juli 2008 en 31 december 2010 hebben de vier opvanglocaties gezamenlijk 677 aanmeldingen ontvangen.
Deaanmelding komen via internet, huisarts,maatschappelijk werker, politie of üitgestroomde mannen". Van de 677 ontvangen meldingen zijn in totaal 182 mannen (27%) opgevangen. Bij de aanmeldingen wordt eerst gekeken of het gaat om mannen die te maken hebben met geweld in een afhankelijkheidsrelatie of niet. Een korte veiligheidscheck is ook onderdeel van de aanmeldingsprocedure. Daarna volgt een risicoscreening. (risicoscreeningsinstrument van de Federatie Opvang en het Verwey-Jonker Instituut)
De verschillende opvanglocaties hanteren verschillende opvangcriteria en contraindicaties. Dit is voor de slachtoffers soms een verwarrende situatie.
Relatief veel cliënten vinden hun eigen weg naar de mannenopvang. Steunpunten Huiselijk Geweld en CoMensha , de maatschappelijke opvang en andere mannenopvanglocaties melden veel mannen aan die voldoen aan de opvangcriteria. De verblijfsduur van de mannen varieert van enkele dagen tot anderhalf jaar. Rotterdam heeft de hoogste bezettingsgraad heeft en Utrecht de laagste.

Kenmerken van de mannen

De leeftijd van de mannen tijdens instroom in de opvang varieert van 17 tot 77 jaar, maar 90% is in de leeftijd tussen 19 en 55 jaar. De meeste mannen worden alleen opgevangen. 40% van de slachtoffers is de (ex-) partner van de pleger.
Mannelijke slachtoffers in afhankelijkheidsrelaties hebben vaak te maken met meerdere geweldplegers. Mannen met een (ex)partner als geweldpleger, werden vaak niet alleen bedreigd en/of mishandeld door hun (ex)partner, maar ook door haar familieleden en/of vrienden. Maar liefst 34 etniciteiten zijn in de afgelopen 2½ jaar vertegenwoordigd onder de cliënten van de opvang. De nationaliteit vertoont eveneens een enorme diversiteit.

Problematiek

De meeste mannen die gebruik hebben gemaakt van opvang, zijn slachtoffer geweest van huiselijk geweld. Eergerelateerd geweld komt minder vaak voor. Onder de slachtoffers van eergerelateerd geweld, is problematiek als gevolg van homoseksualiteit oververtegenwoordigd. Homoseksualiteitproblematiek los van een eergerelateerde context komt minder vaak voor onder de opgevangen mannen. Een niet eerder onderkende problematiek is die van financiële uitbuiting van de mannen (die niet gerekend kan worden tot de mensenhandel).

Hulpvraag

In de praktijk blijkt de hulpvraag van slachtoffers in grote lijnen eenzelfde volgorde te bewandelen: uit de geweldssituatie stappen; acclimatiseren in de nieuwe situatie; praktische hulpvragen oppakken en vervolgens psychologische hulpvragen oppakken. De volgorde van de hulpverlening is overeenkomstig deze vragen: opvang;in beeld brengen van de hulpvragen; hulp voor de praktische hulpvragen in gang zetten en vervolgens hulp op de psychologische hulpvragen inzetten.
In de praktijk blijken mannen behoefter te hebben aan opvang, time-out en ambulante hulp. Er is ook behoefte aan ambulante hulp na opvang of time-out gevolgd door een afbouwfase.
De praktische hulpvragen bestaan vooral uit het regelen van huisvesting, een geldige verblijfsstatus, financiën en hulp bij schuldenproblematiek. Daarnaast is er behoefte aan zinvolle dagbesteding.
Het aantal cliënten met problematiek in het kader van mensenhandel vraagt van de mannenopvang relatief veel inzet op juridisch gebied. Op financieel gebied bestaat er een brede hulpvraag onder de mannen, zowel bij schuldenproblematiek als omgaan met geld in het algemeen.
De meest voorkomende psychische klachten zijn eenzaamheid, traumaverwerking, rouw- en verliesverwerking. Ook psychiatrische problematiek, waaronder suïcidegedachten, depressie en persoonlijkheidsstoornissen komen voor.

Hulpaanbod

Enkele keren per jaar weerbaarheidstrainingen worden aangeboden. Utrecht heeft incidenteel groepsbijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten worden gezamenlijke onderwerpen besproken, zoals weerbaarheid en taboes. Voor psychologische hulp wordt ook vaak samenwerking gezocht bij PsyQ.
Om goede hulp te verlenen aan cliënten met specifieke problematiek zijn ersamenwerkingsverbanden met gespecialiseerde organisaties - inzake eerkwesties, mensenhandel, homoseksualiteitsvraagstukken - die een deel van de begeleiding en hulpverlening uit handen nemen. De ervaring met al deze gespecialiseerde organisaties is positief.

Nazorg

Alle opvanglocaties houden contact met cliënten na uitstroom. Relatief veel ex-cliënten ontvangen nog ambulante hulp. De meeste cliënten stromen door naar een zelfstandige woonruimte. Een relatief klein percentage (10%) van de ex-cliënten gaat weer terug naar de partner, eventueel met ambulante begeleiding. Ruim een derde van de mannen heeft een inkomen uit arbeid of een inkomen uit een combinatie van arbeid en uitkering.
Van de de cliënten heeft een klein gedeelte na uitstroom nog te maken met geweld, maar voor de meesten is het geweld gestopt of verminderd.

Aanbevelingen

Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek worden een aantal aanbevelingen gedaan onder andere rondom aanpassing en verbetering van registratie, de opvangcriteria (en gehanteerde contra-indicaties), differentiatie slachtoffers naar hulpvraag. Het hulpaanbod moet beter vindbaar zijn en het taboe rondom mannelijk slachtofferschap moet doorbroken worden.

pdf bestandDowload volledige rapport Pionieren in de mannenopvang (pdf, 3,36 MB)


Nanhoe, A.C. (2011). Pionieren in de mannenopvang. Een evaluatiestudie na 2½ jaar ervaring met de opvang en hulpverlening aan mannelijke slachtoffers van (dreiging van) geweld in afhankelijkheidsrelaties in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.. [S.l.]: [s.n.]