Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Het gebruik van de rechterlijke bevelen ter handhaving van de openbare orde nader belicht

Rechtspositie van slachtoffers van huiselijk geweld

09-12-2004

Aan dit onderzoek ligt de vraag ten grondslag waarom in situaties van huiselijk geweld geen gebruik wordt gemaakt van de rechterlijke bevelen ter handhaving van de openbare orde, opgenomen in art. 540 e.v. Sv.

Hiertoe wordt allereerst een theoretische beschouwing gegeven van de toepassingsvoorwaarden zoals die te lezen zijn in artikel 540 Sv. Hieruit blijkt dat voornamelijk de invulling van de toepassingsvoorwaarde 'aanranding van de openbare orde' onduidelijk is. In de stukken rond de invoering van de procedure is door de wetgever onvoldoende duidelijk gemaakt welke delicten precies als aanranding van de openbare orde beschouwd kunnen worden. Het is duidelijk dat in deze context in ieder geval gedacht kan worden aan de zorg voor een min of meer ordelijk verloop van het leven 'op straat' en aan delicten die betrekking hebben op de veiligheid van personen en goederen.

Vervolgens is bij vier betrokken instanties onderzocht waarom in die laag van de strafrechtsketen geen gebruik wordt gemaakt van de rechterlijke bevelen ter handhaving van de openbare orde in zaken van huiselijk geweld. De standpunten van de politie, het OM en de R-C's komen vrijwel overeen. Allereerst wordt aangegeven dat de noodzaak voor het gebruik van een rechterlijk bevel ontbreekt. Veelal betreft het een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. In dat geval kan door middel van het onder voorwaarden schorsen van de voorlopige hechtenis (art. 80 e.v. Sv) een zelfde resultaat bereikt worden als met het opleggen van een rechterlijk bevel. Het verschil is echter niet alleen dat iedereen bij Justitie ingespeeld is op deze procedure - waardoor de afhandeling soepel en snel kan verlopen - maar voornamelijk dat bij het schorsen van de voorlopige hechtenis geen kwalificatie-problemen opdoemen.

Hiermee komt de tweede reden aan het licht waarom in zaken van huiselijk geweld geen rechterlijk bevel opgelegd wordt. Wil immers een rechterlijk bevel aan een verdachte opgelegd kunnen worden, dan dient er ingevolge art. 540 lid 1 Sv sprake te zijn van een ernstige aanranding van de openbare orde. De geïnterviewden bij politie, OM en de R-C's beschouwen huiselijk geweld níet als openbare orde probleem. Strafrechtsdeskundige Groenhuijsen deelt deze opvatting. Toch heerst op dit punt geen volledige eensgezindheid: het Ministerie van Justitie en strafrechtonderzoeker Lünnemann merken huiselijk geweld wél als openbare orde probleem aan.

Vervolgens is gekeken naar een meerwaarde van het opleggen van een rechterlijk bevel in vergelijking met twee alternatieven. Allereerst is aandacht geschonken aan de recente ontwikkelingen op het gebied van de maatregel tot uithuisplaatsing van plegers van huiselijk geweld. Nadat gekeken is hoe deze maatregel in Oostenrijk en Duitsland vorm gekregen heeft, is gekeken naar de meerwaarde van het rechterlijk bevel in vergelijking met deze uithuisplaatsingsmaatregel.

Omdat de invulling van de maatregel in Nederland nog niet duidelijk is - een wetsvoorstel is nog in de maak bij het Ministerie - kan niet met zekerheid gesteld worden wat de meerwaarde is. Indien de Nederlandse regeling identiek wordt aan die van Oostenrijk en Duitsland, heeft het rechterlijk bevel op twee fronten een meerwaarde. Allereerst wat betreft de reikwijdte van de op te leggen maatregel en ten tweede ligt ook een meerwaarde op het gebied van de looptijd.

In de praktijk blijkt - zoals gezegd - dat de bescherming van slachtoffers van huiselijk geweld vaak gezocht wordt in de voorwaarden die aan verdachte opgelegd worden bij schorsing van de voorlopige hechtenis. Ten tweede is daarom dus ook een vergelijking gemaakt tussen deze procedure en het opleggen van een rechterlijk bevel. Op vier punten is een meerwaarde gesignaleerd van het opleggen van een rechterlijk bevel ten opzichte van het schorsen van de voorlopige hechtenis. Allereerst heeft een rechterlijk bevel betrekking op een breder scala aan feiten doordat het ook opgelegd kan worden bij delicten waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten, bijvoorbeeld bij overtredingen. Ten tweede is aangegeven dat verwachte recidive niet altijd een grond voor voorlopige hechtenis kan zijn, terwijl het verwachte gevaar voor herhaling wel een reden is voor toepassing van een rechterlijk bevel. Vervolgens is beargumenteerd dat het toepassen van voorlopige hechtenis mogelijk tegen het systeem van de wet indruist. Voorlopige hechtenis mag immers niet worden toegepast als geen vrijheidsbenemende sanctie wordt verwacht.

Na de voorgenomen verhoging van het strafmaximum voor eenvoudige mishandeling is in een dergelijke zaak in combinatie met de strafverzwarende omstandigheid van art. 304 Sr voorlopige hechtenis qua strafmaat mogelijk. Bij een verdenking ter zake van eenvoudige mishandeling kan de zaak op zichzelf echter zeer wel met een geldboete of taakstraf worden afgedaan. In dat geval is voorlopige hechtenis volgens de wettelijke systematiek eigenlijk ontoelaatbaar. Geconcludeerd kan worden dat een tweetal zaken een verklaring bieden voor het feit dat in zaken van huiselijk geweld geen rechterlijk bevel ter handhaving van de openbare orde wordt opgelegd: de noodzaak ertoe wordt niet gezien en huiselijk geweld wordt niet beschouwd als openbare orde probleem. Al biedt het opleggen van een rechterlijk bevel zeker een meerwaarde in vergelijking met de voorlopige hechtenis, de kwalificatieproblemen omtrent het bestanddeel openbare orde blijven bestaan. Meer voor de hand liggend lijkt het de gangbare praktijk van het onder voorwaarden schorsen van de voorlopige hechtenis voort te zetten. Door het verhogen van het strafmaximum voor eenvoudige mishandeling kan ten slotte ook een eind gemaakt worden aan het gekunstel om een feit als poging tot zware mishandeling te kwalificeren teneinde het voor voorlopige hechtenis feit vatbaar te maken.

Het rapport 'Rechtspositie van slachtoffers van huiselijk geweld. Het gebruik van de rechterlijke bevelen ter handhaving van de openbare orde nader belicht' van Yvonne Pools is voor € 10,25 te bestellen bij de Wetenschapswinkel Rechten.

Wetenschapswinkel Rechten
Janskerkhof 3
3512 BK UTRECHT
Tel. 030-2537025
Fax 030-2537711
Email: wewir@law.uu.nl
Website: www.law.uu.nl/wwr