Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Recidive na huiselijk geweld

16-12-2013

Ontwikkelingen in de strafrechtelijke recidive van plegers van huiselijk geweld vervolgd in de periode 2007-2009.

De Directie Justitieel Jeugdbeleid (DJJ) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft het WODC gevraagd de recidive na het plegen van huiselijk geweld in kaart te brengen. Langs deze weg kan een eerste, voorzichtige indicatie worden verkregen van de effectiviteit van het ingezette beleid. Het onderzoek is ondergebracht bij de Recidivemonitor en wordt gebaseerd op gegevens uit de justitiële documentatie.
Het WODC verricht periodiek en gestandaardiseerd onderzoek naar de strafrechtelijke recidive van zo goed als alle Nederlandse justitiabelen. Diverse onderzoeksgroepen worden gevolgd waaronder ex-gedetineerden, reclasseringscliënten
en pupillen van justitiële jeugdinrichtingen.
Om de meting onder plegers van huiselijk geweld mogelijk te maken is eerst een haalbaarheidsonderzoek verricht. Het meten van de recidive onder deze groep is niet eenvoudig. Huiselijk geweld valt in de meeste gevallen onder artikel 304 sub 1 van het Wetboek van Strafrecht. In de praktijk worden echter ook andere wetsartikelen gebruikt. Het gevolg is dat huiselijk geweld in de registraties niet altijd als zodanig herkenbaar is.

Belangrijkste bevindingen

  • Van alle daders met een strafzaak wegens huiselijk geweld afgedaan in 2009, werd één op de drie binnen twee jaar opnieuw vervolgd voor een misdrijf; één op de vier werd vervolgd voor een ‘ernstig’ misdrijf (met een maximale strafdreiging van vier jaar of meer) en 4% recidiveerde met een ‘zeer ernstig’ delict (met een maximale strafdreiging van acht jaar of meer).
  • De recidive onder huiselijk geweldplegers is vergelijkbaar met de recidive van de totale groep van vervolgde geweldplegers.
  • De recidive is hoger bij daders die behalve het huiselijk geweld delict ook een ander type delict pleegden in dezelfde periode.
  • Tussen 2007 en 2009 is een lichte afname te zien in het percentage recidivisten onder de vervolgde daders van geweld en van huiselijk geweld. Van de huiselijk geweld plegers bestraft in 2007 had 37,5% binnen twee jaar een nieuw justitiecontact. In 2009 was dit percentage gedaald tot 33,4%. Bij deze laatste cijferreeks is rekening gehouden met verschuivingen in de achtergrondkenmerken van beide onderzoekspopulaties en is gecontroleerd op het bestaan van registratie-effecten. De cijfers geven dus de ‘netto-ontwikkeling’ in de recidive weer.

pdf bestandRecidive na huiselijk geweld. Ontwikkelingen in de strafrechtelijke recidive van plegers van huiselijk geweld vervolgd in de periode 2007-2009.(pdf, 419 Kb) (via rijksoverheid.nl)


Alberda, D.L., & Wartna, B.S.J. (2013). Recidive na huiselijk geweld. Ontwikkelingen in de strafrechtelijke recidive van plegers van huiselijk geweld vervolgd in de periode 2007-2009. Den Haag: WODC.