Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Slachtofferschap van huiselijk geweld: Aard, omvang, omstandigheden en hulpzoekgedrag

14-01-2011

In het kader van het project ‘Aanpak huiselijk geweld’, een onderdeel van het Veiligheidsprogramma, zijn vier studies naar huiselijk geweld uitgevoerd. Dit deelonderzoek werd uitgevoerd door Intomart Gfk. En vormde deelonderzoek 2.
Het onderzoek had tot doel algemene informatie te verschaffen over slachtoffers van huiselijk geweld in Nederland:

  • met welke typen van huiselijk geweld ze worden geconfronteerd,
  • wat zijn de kenmerken van deze slachtoffers
  • wat is hun hulpzoekgedrag

Deze samenvatting is ontleend aan de samenvatting die door de onderzoekers is gemaakt.
externe linkZie website WODC

Belangrijkste uitkomsten eerste fase

Het onderzoek is in twee fases uitgevoerd. De eerste fase betreft een (voor)onderzoek onder een zo representatief mogelijke groep leden van het Intomart GfK online respondentenpanel.

Voorvallen in de huiselijke kring

De helft van de ondervraagden heeft ooit met minimaal één voorval in de huiselijke kring te maken gehad. In de laatste vijf jaar is 23 procent van de ondervraagden met minimaal één voorval geconfronteerd.
De meest voorkomende voorvallen in de lichamelijke sfeer zijn het dreigen met lichamelijke pijn en het gooien van een voorwerp. Met beide gebeurtenissen heeft achttien procent van de respondenten ooit te maken gehad, en in de afgelopen vijf jaar was dit respectievelijk vijf en vier procent.

Respondenten die een voorval in de seksuele sfeer hebben meegemaakt, zijn vooral geconfronteerd met het opdringen van seks. Tien procent van de respondenten heeft daar ooit mee te maken gehad, twee procent is hier in de afgelopen vijf jaar mee geconfronteerd.

Bespot of gekleineerd worden, met opzet spullen kapot maken en dreigen de relatie te verbreken, zijn de meest voorkomende “overige” voorvallen. Dit geldt voor ongeveer een vijfde van de respondenten. Acht procent heeft in de afgelopen vijf jaar met tenminste één van deze voorvallen te maken gehad.
Van degenen die weleens een voorval in de huiselijke kring heeft meegemaakt, heeft een kleine meerderheid zelf ook weleens iets gedaan bij een ander in de huiselijke kring.

Slachtoffers van huiselijk geweld

In het onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen drie – gedeeltelijk overlappende – groepen slachtoffers: die van lichamelijk geweld/stalking, slachtoffers van seksueel geweld en slachtoffers van overig geweld. Tussen deze drie groepen slachtoffers zijn er nauwelijks verschillen qua leeftijd, opleidingsniveau en etniciteit, alle groepen slachtoffers verschillen echter wel op deze kenmerken van de Nederlandse bevolking als geheel. De drie groepen laten alleen ten aanzien van sekse wezenlijke verschillen zien. Vrouwen zijn – kijkend naar percentages slachtofferschap – duidelijk vaker slachtoffer van seksueel geweld en overig geweld dan mannen.
Als we ons richten op slachtoffers van huiselijk geweld en de respondenten die alleen incidenten hebben meegemaakt buiten beschouwing laten, dan is in de afgelopen vijf jaar negen procent van de bevolking slachtoffer geworden van huiselijk geweld.

Plegers

De ex-partner en partner zijn de belangrijkste daders van huiselijk geweld (respectievelijk 46% en 34%). Slachtoffers van lichamelijk, seksueel en overig geweld schatten in grote lijnen de beweegredenen van de dader voor het plegen van huiselijk geweld hetzelfde in. Het gaat in de meeste gevallen om jaloezie (38%) of om het karakter van de dader (45%). In bijna een derde van de gevallen hebben kinderen iets gemerkt van huiselijk geweld.

Meldingen

Ongeveer één op de vijf slachtoffers van huiselijk geweld doet melding bij de politie van het voorval dat hen het laatst is overkomen. Lichamelijk geweld wordt daarbij iets vaker gemeld dan gemiddeld (door ongeveer een kwart van de slachtoffers). Wanneer we kijken naar sekse, etniciteit en leeftijd, dan zien we dat vrouwen vaker melding doen van lichamelijk geweld dan mannen, en jongeren van 18-24 jaar minder vaak melding doen van overig geweld dan slachtoffers van 25 jaar en ouder.

Belangrijkste uitkomsten tweede fase

De tweede fase betreft een verdiepend face-to-face onderzoek onder slachtoffers van huiselijk geweld uit de eerste fase. De resultaten van fase II mogen dan ook niet naar de gehele populatie worden gegeneraliseerd.

Gevolgen voor de slachtoffers

Ruim tweederde van de slachtoffers van huiselijk geweld heeft – doorgaans op verschillende momenten – te maken gehad met meer dan één dader. In de meeste gevallen wordt de (ex-) partner als hoofddader van het huiselijk geweld aangewezen. Dit geldt voor 43 tot 44 procent van alle slachtoffers.
Over het algemeen kunnen we zeggen dat vrouwen, jongeren en laagopgeleiden vaker met de gevolgen van huiselijk geweld te maken hebben gehad. Huiselijk geweld leidt vooral tot emotionele problemen. Dat geldt met name voor slachtoffers van seksueel geweld en voor vrouwen. Ook zijn er relatief veel problemen in de relationele sfeer; circa 85 procent van de slachtoffers van partnergeweld is gescheiden.
Vooral respondenten die als kind slachtoffer van huiselijk geweld zijn geworden geven aan het vertrouwen in zichzelf en anderen te hebben verloren. Ook ervaren zij vaker problemen met intimiteit en seksualiteit en kunnen zij moeilijker relaties aangaan.
Van de geïnterviewden die bij aanvang van het huiselijk geweld nog kind waren (jonger dan 12 jaar) zegt bijna 30 procent een suïcidepoging te hebben gedaan. Deze resultaten van fase II mogen niet worden gegeneraliseerd naar de Nederlandse bevolking.
Als we onze blik beperken tot de afgelopen vijf jaar, dan zien we dat vooral slachtofferschap van seksueel geweld negatieve gevolgen heeft en dan met name op het gebied van intimiteit en seksualiteit (64%).

Omstandigheden huiselijk geweld en relatie tussen slachtoffer en dader

Slachtoffers van huiselijk geweld wonen in de meerderheid van de gevallen in dezelfde woning als de dader (dit geldt voor 74-79% van de slachtoffers). Het huiselijk geweld van de dader staat meestal niet op zichzelf. Vaak maakt deze ook anderen in de huiselijke kring tot slachtoffer.
Daders komen vaak ook om andere redenen dan huiselijk geweld in aanraking met politie of justitie (bijvoorbeeld voor verstoring van de openbare orde). Psychische problemen en het gebruik van alcohol spelen volgens slachtoffers een belangrijke rol bij het huiselijk geweld.
De grote meerderheid van de slachtoffers is tegen de hoofddader van het huiselijk geweld in verzet gekomen, en heeft op deze manier geprobeerd het geweld te doen stoppen. Een kleine meerderheid van de respondenten die iets tegen het huiselijk geweld heeft ondernomen is van mening dat het verzet effect heeft gehad. Ruim twintig procent van de zich verzetten de slachtoffers geeft aan dat het huiselijk geweld als gevolg van het verzet helemaal is gestopt. Meer dan vier op de tien slachtoffers vindt daarentegen dat het verzet niet heeft geholpen.
De onderzoeksresultaten laten zien waarom huiselijk geweld voor de buitenwereld vaak moeilijk te herkennen is. De dader (maar ook het slachtoffer!) heeft namelijk „baat‟ bij het verhullen van het huiselijk geweld voor de buitenwereld. De motieven daarvoor verschillen wel enorm. De dader wil niet ontmaskerd worden en gedraagt zich daarom tegenover “de buitenwereld” heel anders dan tegenover het slachtoffer. Deze vorm van „maskeren‟ vindt plaats in 80 procent van de gevallen. Het slachtoffer van huiselijk geweld daarentegen, zit vol met gevoelens van schaamte. Schaamte maakt het voor velen moeilijk om met anderen over het huiselijk geweld te spreken of daadwerkelijk hulp in te schakelen. Bovendien is er de angst dat het geweld alleen maar erger wordt op het moment dat het slachtoffer besluit zich tegen het geweld van de dader te verzetten.

Hulpzoekgedrag

Alle schaamtegevoel ten spijt, bestaat bij de meerderheid van de slachtoffers behoefte aan een luisterend oor, zowel in de periode dat het geweld plaatsvindt als daarna (dit geldt voor ongeveer 60% van de slachtoffers). Slachtoffers praten vaak met vrienden en vriendinnen en hun moeder over het geweld. Van de hulpverlenende instanties wordt de huisarts het vaakst in vertrouwen genomen. Slachtoffers wenden zich nauwelijks tot de politie. Alhoewel een minderheid van de slachtoffers aangeeft dat het geweld door het contact met familie, vrienden of instanties is gestopt, blijkt het contact wel degelijk zinvol: velen voelen zich begrepen en geven aan iets aan het contact te hebben gehad.
De keuze door het slachtoffer van het eerste contact heeft invloed op de mate waarin bij het tweede contact hulpverlenende instanties betrokken worden. Is de moeder de eerste persoon waarmee het slachtoffer praat, dan vindt een vervolgcontact met een hulpverlenende instantie maar beperkt plaats; bij vrienden/vriendinnen als eerste contact is dat vaker het geval. Huisartsen daarentegen verwijzen slachtoffers van huiselijk geweld veel vaker door naar andere hulpverlenende instanties.
De politie is door de meerderheid van de slachtoffers die in fase II zijn geïnterviewd (72-76%) niet ingeschakeld voor het meest recentelijk meegemaakte voorval, met name omdat de slachtoffers het voorval niet belangrijk genoeg vonden, er nooit aan hebben gedacht om het voorval bij de politie te melden, of omdat ze bang zijn voor represailles van de dader. Slachtoffers die het voorval wel bij de politie hebben gemeld, zijn over het algemeen vaker ontevreden dan tevreden over het optreden van de politie.

Profielen van slachtoffergroepen

Voor een aantal slachtoffergroepen is een verdiepende analyse uitgevoerd. Het gaat om slachtoffers van partnergeweld, slachtoffers van meerdere daders, slachtoffers die lang aan huiselijk geweld blootstaan en degenen bij wie het geweld nog niet is gestopt en slachtoffers die lichamelijk letsel aan het geweld hebben overgehouden.
De gevolgen van partnergeweld zijn voor mannelijke slachtoffers ingrijpend, maar minder ingrijpend dan voor vrouwelijke slachtoffers. Mannen weten in de periode dat het geweld gaande is iets beter de weg te vinden om hulp te zoeken; de hulpverlening van instanties blijkt echter niet altijd bevredigend te zijn.
De gevolgen van huiselijk geweld zijn duidelijk ernstiger voor slachtoffers die in de loop van de tijd met meerdere daders te maken hebben gehad dan voor degenen die met één dader te maken hebben gehad.
Slachtoffers die langer aan huiselijk geweld blootstaan, hebben vaker met een manipulerende en respectloze dader te maken.
Bij de slachtoffers waar het geweld nog niet is gestopt, is vaker sprake van psychische problemen van de dader dan bij de groep waar het geweld wel gestopt is. De slachtoffers zelf melden vaker verlies van werk en conflicten met anderen dan degenen bij wie het geweld is gestopt. Slachtoffers bij wie het geweld nog niet is gestopt praten vaker met anderen (waaronder met de politie). Daarentegen voelt deze groep zich minder geholpen door hulpverlenende instanties.
Bij slachtoffers die te maken hebben met lichamelijk letsel is het gevoel van machteloosheid groter dan in welke andere groep slachtoffers dan ook.

pdf bestandVolledige tekst van dit rapport via de externe linkwebsite van het WODC

Dijk, T. van., Veen, M., & Cox, E.(2010)Slachtofferschap van huiselijk geweld: aard, omvang, omstandigheden en hulpzoekgedrag. Hilversum: Intomart