Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Over dit overzicht

Overzicht van onderzoek dat op dit moment wordt uitgevoerd op het gebied van huiselijk geweld in Nederland, of specifieke vormen of onderdelen daarvan. De hier weergegeven onderzoeken zijn vooral gericht op kennisvermeerdering.

Signalering kindermishandeling op de Utrechtse Spoed Eisende Hulp: effectief?

01-12-2007

Onderdeel van het programma Zorg voor Jeugd: deelprogramma Effecten en Kosten
Startdatum: 1 december 2007
Looptijd: 01/2008 - 10/2011
Bron: ZonMw
Aanvullende informatie Nederlandse Onderzoek Databank

Samenvatting

De signalering van kindermishandeling via de Spoed Eisende Hulp (SEH) loopt in Nederland achter op te verwachten aantallen van toegebracht letsel veroorzaakt door kindermishandeling. Weliswaar is een signaleringsinstrument ontwikkeld (Sputovamo), maar de opbrengst hiervan is gering, in termen van het aantal kinderen waarbij een zekere diagnose kindermishandeling gesteld is. Er zijn velerlei redenen voor deze ondersignalering. Op de eerste plaats zijn verschillende versies van Sputovamo in omloop, waarbij van geen enkele versie een positief en negatief voorspellende waarde bekend is. Ten tweede zou de screeningsprocedure op veel punten geoptimaliseerd kunnen worden. Zo lijkt bijvoorbeeld scholing van de betrokken professionals noodzakelijk om een alertheid in de herkenning van kindermishandeling te ontwikkelen. Aan deze scholing wordt momenteel op diverse fronten gewerkt. Een top/teen onderzoek (inspectie van gehele lichaam op letsels/littekens) vindt nu nog niet plaats en zou een belangrijke toegevoegde waarde kunnen hebben. Ten derde bestaat er terughoudendheid in het uitwisselen van gegevens over een letselpatiënt met andere instanties waarbij de patiënt bekend is. Dit bemoeilijkt de inschatting of het een eenmalig incident betreft, of dat het past in een patroon van letsel. Tot slot zijn andere risicofactoren, die een vermoeden van kindermishandeling doen rijzen of ondersteunen, vaak niet bekend.
Het voorliggende project heeft tot doel het evalueren en zo mogelijk optimaliseren van de screeningsprocedure voor kindermishandeling voor 3600 kinderen tot 6 jaar die zich op de SEH presenteren in vier ziekenhuizen in stad en regio Utrecht.
De screenings/diagnostische procedure om uiteindelijk tot een definitieve diagnose van kindermishandeling te komen onderscheidt zich in 4 rondes:
1. de 1e ronde op de SEH, waarbij álle kinderen van 0 tot 6 jaar die zich met letsel presenteren op één van de Spoed Eisende Hulpen van de stad Utrecht, geïncludeerd zullen worden. Bij deze kinderen wordt een 1e ronde screening gedaan met behulp van een aangepast Sputovamo formulier.
2. Na deze 1e ronde zal in de 2e ronde een nurse practitioner additionele risicofactoren in kaart brengen bij álle initieel positief gescreenden en bij een 1 op 5 van de initieel negatief gescreenden. Vanuit deze 2e ronde van risicotaxatie volgt opnieuw een uitspraak over het vermoeden van kindermishandeling.
3. In de 3e ronde worden bij álle kinderen uit de 2e ronde en hun ouders gestructureerde vragenlijsten afgenomen gericht op bekende risicofactoren voor kindermishandeling. Deze eerste drie rondes zijn voor de 4 participerende ziekenhuizen identiek.
4. In de 4e klinisch-diagnostische ronde worden de positief gescreenden uit 1e en 2e ronde in het academisch ziekenhuis multidisciplinair gezien (door kinderarts én psycholoog) en ook bij de ouders vindt onderzoek plaats. Deze 4e diagnostische ronde is in de huidige praktijk ingebouwd en dient daar als klinische gouden standaard uitspraak. Deze ronde krijgt ook in het huidige project een plaats. Gezien de verschillende constellaties van deze diagnostiek in de verschilllende centra (multi-disciplinair in bv WKZ, mono-disciplinair in algemene ziekenhuizen), biedt dit onderzoek een unieke gelegenheid om na te gaan of uitspraken (kindermishandeling JA of NEE) in deze locale setting overeenkomen met de gouden standaard uitspraak door het Nationale Expert Team (zie hieronder).
.
Voor alle geïncludeerde kinderen met initiëel positieve screening en de steekproef van de initiëel negatief gescreenden wordt een jaar na dato van het eerste SEH bezoek de definitieve conclusie over al of niet kindermishandeling gedaan door een nationaal samengesteld expert panel. Dit panel krijgt de beschikking over alle gegevens die over een patiënt verkregen kunnen worden. Deze gegevens worden identiek gestructureerd aangeleverd aan het panel. Het panel is níet op de hoogte van de uitslag van de screeningsrondes. De uitspraak van het panel zal gehanteerd worden als gouden standaard voor het al of niet bestaan van kindermishandeling. Daarna kan bepaald worden wat de positief en negatief voorspellende waarde is van de screening op de SEH m.b.v. Sputovamo, en wat de toegevoegde voorspellende waarde is van de 2e screeningsronde (risicotaxatie door de nurse practitioner op grond van gegevens bekend bij andere instanties) en die van de 3e screeningsronde (uitkomsten van de gestructureerde vragenlijsten) en tenslotte, in de 4e ronde, de conclusie van het lokale multidisciplinaire team na het (uitgebreide) onderzoek op de polikliniek. Naast positief en negatief voorspellende waarde, zal het tijdstip waarop vrijwillige behandeling (naar aanleiding van het vermoeden kindermishandeling) gestart is danwel een kinderbeschermingsmaatregel is ingezet, als een belangrijke kenmerk van adequate screening en inzet van nurse-practitioner beschouwd worden.
Bij positieve signalering zal een case-manager aangesteld worden als aanspreekpunt voor de ouders en voor de diverse betrokken hulpverleners.

Projectleider en penvoerder Dr. E.M. van de Putte Universitair Medisch Centrum Utrecht