Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Netwerk van veiligheid en zorg in Zeeland?

22-02-2001

Dit rapport heeft als doel inzicht te bieden in de hulp voor slachtoffers, en de hulp voor daders van seksueel en/of relationeel geweld in Zeeland. Het is primair geschreven voor beleidsmakers en hulpbieders.

Toch biedt het ook voor mensen die zelf te maken hebben gehad met seksueel en/of relationeel geweld of geïnteresseerden veel informatie. Het onderzoek en de rapportage zijn uitgevoerd door een onderzoeker van Scoop in opdracht van de provincie Zeeland.

Het rapport is gebaseerd op interviews onder hulpbieders uit de sector zorg en welzijn en uit de juridische sector als ook op allerlei schriftelijke bronnen. Het veldwerk heeft plaatsgevonden in het vierde kwartaal van 1999 en het eerste kwartaal van 2000.

De hulpbieders zijn in te delen in twee sectoren: zorg en veiligheid. De zorgsector wordt in dit rapport breed opgevat en omvat zowel de sector zorg (bijvoorbeeld de geestelijke gezondheidszorg) als welzijn (bijvoorbeeld maatschappelijk werk). De sector veiligheid omvat met name de hulpbieders die betrokken zijn bij de juridische aanpak van het geweld, zoals politie en reclassering.

Centraal staat de vraag: Wat is de inhoud van de hulp na seksueel en relationeel geweld aan volwassen mannen en vrouwen en hoe is deze hulp vormgegeven?

Hulp in de zorgsector

De sector zorg houdt zich vooral bezig met de hulp aan vrouwelijke slachtoffers. Hulp aan daders is vrijwel niet beschikbaar in Zeeland en mannelijke slachtoffers worden vrijwel niet gesignaleerd. Het aanbod in de zorgsector bestaat uit signalering, psychosociale begeleiding, sociaal psychiatrische hulp, psychotherapie, lichaamsgerichte therapie, traumabehandeling, praktische hulpverlening, opvang, groepsaanbod en nazorg. Dit aanbod wordt verzorgd door algemene instellingen en vrijgevestigden, door christelijke instellingen en vrijgevestigden en door organisaties specifiek voor vrouwenhulpverlening.

Te weinig beschikbaar of ontwikkeld is met name groepsaanbod, de nazorg, en hulp aan daders. Met betrekking tot signalering valt veel te verbeteren, met name het signaleren van actueel geweld in relaties en het signaleren van mannelijke slachtoffers. De implementatie van de seksespecifieke benadering is nog verre van volmaakt. De hulpbieders wijzen het niet af als politiek-ideologisch, maar de toepassing blijft meestal beperkt tot het in kaart brengen van de sociale context van de cliënt.

Binnen de zorgsector wordt onderling veel verwezen, alhoewel er ook belemmeringen in zijn. Zo valt Artemis vrijwel buiten het netwerk, en ligt ook het verwijzen naar de christelijke hulpverlening voor een aantal hulpbieders moeilijk. Ook al lijkt de verwijzing naar de psychiatrie door verschil in verwachtingen en structuur niet altijd vlekkeloos te verlopen. Van afstemming in het aanbod van zorg en welzijn is vrijwel geen sprake. Wel zijn er ontwikkelingen waarin psychotherapeuten samen willen werken met een meer lichaamsgerichte hulpbieder, zoals een haptonoom of fysiotherapeut.

Hulp in de sector veiligheid

Er staan twee juridische trajecten open in geval van seksueel en/of relationeel geweld. Enerzijds een strafrechtelijk traject, en anderzijds een civielrechtelijk traject. De civielrechtelijke procedure heeft tevens als doel erkenning als benadeelde en compensatie van de geleden schade; het strafrechtelijke traject bestraffing van de dader en erkenning/genoegdoening als slachtoffer (Savonn Lobman e.a., 1998).

In de sector veiligheid bestaat het aanbod aan hulp voor het slachtoffer met name uit:

  • signalering, opsporing en vervolging door de politie,
  • juridische hulp in het civielrechtelijk traject door advocaten (procureurs),
  • informatie, advies, psychosociale begeleiding en praktische hulp (stichting slachtofferhulp)

Het openbaar ministerie biedt geen hulp aan dader of slachtoffer, maar moet alle belangen, en met name het algemeen belang dienen. Het openbaar ministerie beoordeelt of een zaak strafrechtelijk vervolgd wordt of niet (sepot). Het slachtoffer speelt geen zelfstandige rol in het strafproces, behalve de rol van getuige of benadeelde partij. Het slachtoffer heeft de mogelijkheid binnen de strafrechtelijke procedure een civiele vordering in de dienen en deze toe te (laten) lichten op de zitting. Landelijk wordt ingezet op een verbetering van de positie van het slachtoffer in de zin van een eigen inbreng in de strafprocedure en op verbetering van de communicatie met het slachtoffer.

Er zijn in Zeeland geen advocaten die zich meer specifiek hebben toegelegd aan juridische hulp aan slachtoffers of daders van seksueel en/of relationeel geweld.

De aanpak rond zedenzaken is formeel geregeld en in handen van specialisten (zedenrechercheurs en zedenaanspreekofficier). Mishandeling in een partnerrelatie valt echter in verreweg de meeste gevallen niet onder zedenzaken. De strafrechtelijke aanpak in deze zaken is niet helder en er is ook geen specifieke deskundigheid ontwikkeld op dit terrein.

De civielrechtelijke mogelijkheden voor slachtoffers zijn onvoldoende bekend. Voor civielrechtelijke hulp en advies wordt verwezen naar Stichting Slachtofferhulp, de advocatuur en bureaus voor rechtshulp.

Politie en Openbaar Ministerie werken samen in het strafrechtelijk proces. De politie doet immers de opsporing en het Openbaar Ministerie beoordeelt de mogelijkheden voor vervolging op basis van het bewijs. Verder zijn zij samen onlangs gestart met een Zeeuws Informatiepunt Slachtoffers, waar slachtoffers terecht kunnen met vragen over run zaak.

Aanbevelingen

In de sector zorg zal de seksespecifieke benadering nog verder geïmplementeerd moeten worden. Daarmee kan wellicht ook de signaleringsfunctie met betrekking tot actueel relationeel geweld en mannelijk slachtoffers van geweld verbeterd worden. Daarnaast zou er een punt moeten zijn waar de (geplande) start van groepstherapie gemeld wordt.

In de sector veiligheid zal met name de werkwijze rond mishandeling (actueel geweld in relaties) verbeterd moeten worden. Wellicht kan het meer wijkgericht werken van de politie hier een rol bij spelen. Ook zou het openbaar ministerie de gewenste aanpak en werkwijze bij mishandeling door parketsecretarissen en officieren van justitie kunnen afstemmen door middel van richtlijnen.

De mogelijkheden van een civielrechtelijke procedure zouden over het algemeen beter bekend moeten zijn bij zowel de sector zorg als bijvoorbeeld bij de politie.

Vanuit beide sectoren moet hulp aan 'meppende mannen' ontwikkeld worden (al dan niet in een justitieel kader) om geweld te doen stoppen. Er zijn een aantal voorbeelden in andere regio's in Nederland.


Netwerk van veiligheid en zorg in Zeeland. Door J.G. Smit. Scoop, Zeeuws Instituut voor Zorg, Welzijn en Cultuur. 2001.