Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Zoals het klokje thuis tikt...

Het onderzoek is uitgevoerd door CMO Groningen in opdracht van de provincie Groningen.Het onderzoek schetst een beeld van de aard en de omvang van huiselijk geweld in de provincie Groningen in de periode 2005-2007

In 2005 is landelijk door de politie een projectcode huiselijk geweld ingevoerd. Een uitdraai van deze projectcode voor de provincie Groningen heeft de basis gevormd voor dit onderzoek. Een groot voordeel van deze projectcode is de mogelijkheid om de provinciale situatie te vergelijken met de landelijke situatie. Helaas kleven er ook nadelen aan deze methode, waarvan het probleem van (mogelijke) onderrapportage het belangrijkste is. Het ligt echter in de lijn der verwachting dat de registratie van huiselijk geweld steeds zal verbeteren. Toch heeft dit gevolgen voor de interpretatie van de cijfers in dit rapport. Uit reacties op eerder verschenen rapporten omtrent huiselijk geweld en uit berichtgeving in de kranten blijkt vaak dat men veel waarde hecht aan de omvang van huiselijk geweld. Echter, de gepresenteerde gegevens over de omvang moeten met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. De eerste reden hiervoor is de eerder genoemde onderrapportage door de politie. !
Daarnaast komen lang niet alle gevallen van huiselijk geweld bij de politie terecht: niet alle plegers van huiselijk geweld worden door de politie aangehouden en geregistreerd en lang niet iedereen doet een melding of aangifte van huiselijk geweld bij de politie. Dus de gegevens die de basis vormen voor het onderliggende onderzoek representeren slechts een fractie van de werkelijke omvang van huiselijk geweld in de provincie. Desalniettemin zijn de cijfers zeer goed bruikbaar om inzicht te verschaffen in de aard en de kenmerken van huiselijk geweld. Hierop wordt in deze rapportage dan ook de nadruk gelegd.

Minder geregistreerde incidenten

Het blijkt dat er jaarlijks steeds minder huiselijk-geweldsincidenten bij de politie worden geregistreerd. Dit wil absoluut niet zeggen dat er daadwerkelijk minder huiselijk geweld plaatsvindt. Het kan ook zo zijn dat de politie gewoonweg minder registreert. Dit maakt dat de politiecijfers ook met de nodige voorzichtigheid dienen te worden geïnterpreteerd. Volgens schattingen vinden er jaarlijks circa 26.000 huiselijk-geweldsincidenten in de provincie Groningen plaats. In de gehele provincie komen er in de onderzoeksperiode gemiddeld circa 3,9 incidenten huiselijk geweld per duizend inwoners voor in de politieregistratie.

Verreweg het grootste gedeelte van het geregistreerde huiselijk geweld bestaat uit fysiek geweld. Ook landelijk is dit het geval. Op de tweede plaats komt geestelijk geweld. Seksueel geweld en bedreiging komen in de politieregistratie relatief het minste voor.

Het percentage vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld bedraagt ongeveer 80. Ook dit percentage is vergelijkbaar met het landelijke percentage. De meeste slachtoffers zijn tussen de 25 en 45 jaar oud. Het percentage slachtoffers wordt kleiner richting de oudste en de jongste slachtoffers. Met name bij seksueel geweld komen opvallend veel jongere slachtoffers voor.

Bij verreweg het meeste huiselijk geweld dat de politie registreert, is het slachtoffer een partner of een ex-partner. Het gaat hier meestal om vrouwelijke (ex-)partners.

Het blijkt dat bij een niet te verwaarlozen percentage huiselijk geweld één of meer kinderen het slachtoffer zijn. Bijna 7 procent van alle slachtoffers van huiselijk geweld, die bij de politie bekend zijn, is jonger dan 18 jaar. Bij de regiopolitie staan jaarlijks tussen de 73 en 90 minderjarigen geregistreerd. Vergeleken met de cijfers van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) zijn er opmerkelijke verschillen in aantal; hier worden jaarlijks ruim vierhonderd kinderen aangemeld. Over het algemeen gaat het hier om zeer jonge kinderen. Uit de politieregistratie blijkt dat kinderen met name slachtoffer worden van fysiek en seksueel geweld. De gang van zaken bij de regiopolitie Groningen is dat gezinnen waarin huiselijk geweld speelt, worden aangemeld bij het Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld Groningen (ASHG). De politie geeft hierbij aan of er sprake is van kinderen die getuige waren van het huiselijk geweld. Zo zijn er in 2007 bij het ASHG 740 kinderen aangemeld.

Naast kinderen zijn ook ouderen een kwetsbare groep als het gaat om huiselijk geweld. Van de slachtoffers van huiselijk-geweldsincidenten die bij de politie worden geregistreerd, is ruim 5 procent 55 jaar of ouder. Er wordt vanuit gegaan dat het aantal bij de politie geregistreerde oudere slachtoffers slechts een fractie bedraagt van het werkelijk aantal ouderen dat slachtoffer wordt van huiselijk geweld. De bij de politie gemelde incidenten van ouderenmishandeling spelen zich vooral binnen de relatie af. Op de tweede plaats komt het geweld dat door kinderen tegen de ouders wordt uitgeoefend. Tot slot blijkt dat deze ouderen met name te maken hebben met fysiek geweld.

Aangiften

Het percentage aangiften van huiselijk-geweldsincidenten fluctueert: het percentage is in 2006 licht gestegen ten opzichte van 2005. In 2007 ligt het percentage weer iets lager dan in 2006. Er wordt het meest aangifte gedaan van fysiek geweld of bedreiging. Van geestelijk geweld wordt het minst aangifte gedaan.

Er blijken grote verschillen te bestaan indien er onderscheid gemaakt wordt naar de soorten relaties waarbinnen het huiselijk geweld zich afspeelt. Zo wordt van bijna de helft van alle huiselijk-geweldsincidenten waarbij de slachtoffers huisvrienden zijn aangifte gedaan. Er wordt echter relatief het minst aangifte gedaan indien de slachtoffers kinderen zijn. Dit lage percentage wordt hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt doordat kinderen vanuit de afhankelijke positie waarin ze meestal verkeren, beperktere mogelijkheden hebben om aangifte te doen. Van huiselijk geweld waarbij ouderen het slachtoffer zijn, werd in 2005 nog relatief veel aangifte gedaan, maar daarna neemt het percentage aangiften fors af. Van alle personen die aangifte doen, is bijna 80 procent vrouw.

Registratie verdachten / plegers

Het blijkt dat er jaarlijks in ruim 40 procent van alle huiselijk-geweldsincidenten minimaal één verdachte wordt vastgelegd. Dit is, vergeleken met het landelijke percentage, zeer hoog en kan toegeschreven worden aan de aanpak van de Groninger politie om huiselijk geweld goed in beeld te krijgen. De geregistreerde verdachten zijn overwegend van het mannelijk geslacht (bijna 90 procent) en ruim de helft van de verdachten is tussen de 25 en 45 jaar oud.

Bij recidive gaat het erom vast te stellen of plegers van huiselijk geweld na verloop van tijd weer een delict in de sfeer van huiselijk geweld plegen. Het blijkt dat in de periode 2005-2007 78 procent van de verdachten van huiselijk-geweldsincidenten eenmaal in het bedrijfsprocessensysteem (BPS) van de politie voorkomt. In dezelfde periode komt 19 procent van de verdachten twee- tot driemaal voor in het BPS inzake huiselijk geweld. En tot slot komt 3 procent meer dan driemaal voor in het BPS inzake huiselijk geweld; dit zijn de zogenaamde veelplegers.

Herkenningssysteem

Tot slot hebben is een analyse gemaakt van de gegevens van de daders in het herkenningssysteem (HKS) van de politie. In dit registratiesysteem worden, in tegenstelling tot in het BPS, ook de veroordelingen geregistreerd. Hier staan gegevens van de veroordeelde verdachten; de daders. Door een analyse te maken van enkele dadergegevens hebben we een zogenaamd daderprofiel kunnen maken. Het enige nadeel van het HKS is dat van de daders niet bekend is of ze voor een huiselijk-geweldsincident zijn veroordeeld.

Het blijkt dat de in het HKS geregistreerde daders voornamelijk van het mannelijk geslacht zijn (ruim 91 procent). De gemiddelde leeftijd van de daders ten tijde van het plegen van het eerste delict is ruim 27 jaar. Gerelateerd aan het aantal inwoners blijkt dat de meeste daders ten tijde van het eerste delict tussen de 12 en 18 jaar oud zijn. Er is een groep daders die meerdere veroordelingen op zijn naam heeft staan en sommigen staan al meer dan twintig jaar in het HKS, een enkeling zelfs langer dan vijftig jaar.

Een grote meerderheid van de daders heeft een Nederlandse etnische achtergrond. Van de daders geeft slechts 1 procent naar eigen zeggen aan verslaafd te zijn aan alcohol en ruim 4 procent geeft, eveneens naar eigen zeggen, aan verslaafd te zijn aan harddrugs. Bijna 1 procent van de daders blijkt vuurwapengevaarlijk en ruim 1 procent staat te boek als verzetpleger. Op de tweede plaats komen de daders met een Antilliaanse etnische achtergrond. De daders zijn gemiddeld voor ruim elf feiten veroordeeld en hebben gemiddeld ruim zeven antecedenten of processen-verbaal op hun naam staan.

Er is een nadere analyse verricht naar de volgende soorten strafbare feiten: zedendelicten, fysieke delicten, vernieling, gerelateerd aan alcohol en gerelateerd aan drugs. Het blijkt dat de daders voornamelijk veroordeeld zijn voor fysieke delicten. Hieronder worden verstaan: bedreiging, moord en doodslag (poging en/of voltooid), overige misdrijven tegen het leven, mishandeling, dood/letsel door schuld en diefstal met geweld. De daders worden relatief het minst veroordeeld voor zedendelicten (verkrachting, aanranding en overige seksuele mishandeling).

pdf bestandDownload Zoals het klokje thuis tikt... (pdf, Kb)(provincie Groningen)


Jaarsma, R. A. (2009).Zoals het klokje thuis tikt...Groningen: CMO Groningen.