Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Krachtwerk

30-06-2015

Krachtwerk is een krachtgericht begeleidingstraject voor mensen in multiprobleemsituaties die in sociaal isolement dreigen te raken. Krachtwerk wordt vooral ingezet in de maatschappelijke opvang, in de vrouwenopvang en bij de begeleiding en opvang van zwerfjongeren.

Het doel is herstel in de richting van een door henzelf gewenste kwaliteit van leven waarbij zij, net als iedere burger, in de samenleving meedoen en erbij horen. Bij herstel gaat het om een zingevend bestaan met hoop en zicht op een betere toekomst en leven in veiligheid. Krachtwerk is geënt op het Strengths model dat in de Verenigde staten is ontwikkeld.

1. Beschrijving methode

Doelgroep

De doelgroep van de interventie Krachtwerk bestaat uit mensen in achterstandssituaties met diverse problemen − emotionele, fysieke, sociale en materiële − die moeite hebben om zichzelf en hun bestaan te reguleren en maatschappelijk achterop zijn geraakt. Zij zijn sociaal uitgesloten of dreigen dat te worden.

Doel

Krachtwerk ondersteunt het eigen proces van herstel van mensen in de richting van een door henzelf gewenste kwaliteit van leven waarbij zij, net als iedere burger, in de samenleving mogen meedoen, erbij horen, ertoe doen en mogen zijn wie ze zijn. Bij herstel gaat het om een zingevend bestaan met hoop en zicht op een betere toekomst en leven in veiligheid.

Aanpak

Het krachtgerichte begeleidingstraject bestaat uit drie samenhangende delen: focusbepaling, uitvoering en evaluatie. De zeven basistaken van het krachtgerichte begeleidingstraject zijn: ontmoeten en aansluiten, inventariseren van krachten, inschatten van zelfregulering, doelen stellen en een actieplan maken, ondersteunen van herstel, evalueren en afronden. Na de evaluatie kan worden besloten tot een vervolgtraject dat wederom bestaat uit focusbepaling, uitvoering en evaluatie. Het methodisch werken met cliënten heeft een cyclisch karakter.

2. Samenvatting werkzame elementen

  • De eigen regie van de cliënt in de begeleiding.
  • De focus op krachten, talenten en mogelijkheden, zonder ontkenning van problemen.
  • Motivatie niet vooraf veronderstellen, maar met de cliënt samen in het traject produceren.
  • Een werkrelatie die is gebaseerd op respect, vertrouwen en wederkerigheid.
  • De duidelijke structuur van het krachtgerichte begeleidingstraject.
  • Een uitgebreide inventarisatie van de individuele krachten (in verleden, heden en met oog op toekomst) en de hulpbronnen in de omgeving op tien leefgebieden aan de hand van het werkblad krachteninventarisatie.
  • Het maken van eigen keuzes door cliënten voor wat belangrijk is om aan te werken en het stellen en werken aan kleine, haalbare doelen aan de hand van het werkblad actieplan.
  • Werken aan het vernieuwen, ontwikkelen en uitbreiden van het handelingsvermogen van cliënten door aansluiting op actueel handelingsvermogen en door in alledaags voorkomende situaties ‘samen te doen’.
  • Werken aan een betere aansluiting tussen wat de cliënt wil en kan en wat de omgeving vereist en biedt door aanpassing van zelforganiserend vermogen van de cliënt als ook door veranderingen in diens directe omgeving.
  • Doorbreken en aanpassen van disfunctionele, destructieve, soms ook gewelddadige interactiepatronen in het systeem.
  • Werken aan verandering van kernovertuigingen door ‘kijkwijziging’, feiten anders leren interpreteren, ook leren de positieve punten te benoemen.
  • Positieve ervaringen van cliënten met de begeleiding.
     

3. Beoordeling

De interventie Krachtwerk is in juni 2015 erkend als Goed Onderbouwd door de erkenningscommissie Maatschappelijke ondersteuning, participatie en veiligheid. De erkenningscommissie beoordeelt Krachtwerk als zeer goed verantwoorde en beschreven interventie. Het Strenghts model biedt een degelijk theoretisch kader. Krachtwerk beschikt over veel materiaal voor uitvoerders.

Op zich is de interventie goed uitvoerbaar, maar de modelgetrouwheid (de interventie uitvoeren zoals deze bedoeld is) blijkt zwak. Verdere ontwikkeling van de interventie voor verschillende soorten probleemgroepen vermindert mogelijk de problemen met modelgetrouwheid.

4. Onderzoek

Internationale studies onder diverse doelgroepen wijzen op positieve effecten van toepassing van het krachtenmodel en vergelijkbare op empowerment gerichte interventies. De meeste van deze onderzoeken richten zich op kwetsbare mensen met een chronische psychiatrische aandoening die problemen ervaren op meerdere leefgebieden, waaronder het verkrijgen en behouden van huisvesting, werk en sociale relaties.

Deze studies laten positieve resultaten zien bij (psychische) gezondheid en hospitalisatie (Björkman, Hanson & Sandlund, 2002; Macias e.a., 1994; Macias, Farley, Jackson & Kinney, 1997; Modrcin, Rapp  & Poertner, 1988), vaardigheden voor zelfstandig wonen en dagelijkse activiteiten (Macias e.a., 1994; Modrcin e.a., 1988), arbeidstraining en inkomen (Macias e.a., 1997; Modrcin e.a., 1988; Stanard, 1999), sociale steun en gedrag (Macias e.a., 1997; Modrcin e.a., 1988), vrijetijdsbesteding (Modrcin e.a., 1988), kwaliteit van leven (Stanard, 1999) en tevredenheid met de hulp (Björkman e.a., 2002).

Maar ook andere doelgroepen − mensen met verslavingsproblemen, vrouwen met geweldservaringen en dak- en thuisloze jongeren − lijken baat te hebben bij een krachtgerichte interventie (Rapp e.a., 2008; Saewyc & Edinburgh, 2010; Song & Shih, 2010). Op basis van de in Nederland uitgevoerde effectstudie naar de krachtgerichte methodiek bij dak- en thuisloze jongeren zijn geen uitspraken mogelijk over de effectiviteit van de interventie, omdat die in de onderzochte praktijken onvoldoende modelgetrouw werd uitgevoerd.

5. Ontwikkelaar

Judith Wolf
Gerard van Swietenlaan 3, huispost 68
6525 GB Nijmegen
judith.wolf@radboudumc.nl
024 361 43 65
www.impuls-onderzoekscentrum.nl
@ImpulsAcademie

Contactpersoon
Irene Jonker
irene.jonker@radboudumc.nl
024 361 88 26

6. Meer informatie

Lees hier het praktijkvoorbeeld

De casus gaat over een vrouw met twee kinderen die gevlucht is wegens huiselijk geweld en dreiging met eerwraak. Voordat ze werd uitgehuwelijkt deed ze in Turkije de kunstacademie en heeft ze gezongen op het conservatorium. Zij had vele sociale contacten en was zelfredzaam.

Zij is uitgehuwelijkt aan haar in Nederland wonende neef, met wie ze zeven jaar getrouwd is geweest. In die periode werd zij door haar schoonfamilie als slaaf behandeld. Ze heeft weinig zelfvertrouwen meer. Dit wil ze langzaam weer herstellen.

  • In het eerste gesprek met deze cliënt komt ze erg timide over en kijkt ze veel naar beneden. In het tweede gesprek zijn we gestart met het invullen van de krachteninventarisatie. Zij gaf aan het leuk te vinden om na te denken en te praten over haar kwaliteiten, talenten en krachten. Zij zei letterlijk: ‘Dit programma is goed voor mij’. Ze voelde zich duidelijk meer ontspannen dan tijdens het eerste gesprek. Ik kon aan haar merken dat het haar goed deed om te praten over de dingen waar zij goed in is en wat zij allemaal in huis heeft. Ik ben ervan overtuigd dat dit de opbouw van onze werkrelatie heeft bespoedigd. Doordat ik tijdens de training zelf een krachteninventarisatie heb ingevuld, realiseer ik me ook beter hoe een cliënt dit mogelijk ervaart.
  • Tijdens de eerste fase van de begeleiding was ze vooral bezig met het opzeggen en leeghalen van haar huurwoning. Ik heb aan de hand van de krachteninventarisatie samen met haar gekeken naar welke hulpbronnen zij daarbij in kon zetten. Door hierbij de juiste krachtgerichte vragen te stellen, merkte ik dat zij geprikkeld werd om zelf actie te ondernemen. Daarnaast bekrachtigde ik haar positief in wat zij zelf al had gedaan.
  • Op basis van de krachteninventarisatie heb ik samen met haar het actieplan ingevuld. Doordat achter elk doel van het actieplan een naam en data staan, werd het voor de cliënt gelijk heel inzichtelijk en concreet. Ze heeft haar eigen agenda naast het actieplan gelegd en meteen ingevuld. Het actieplan vormt dus echt een werkagenda.

Uit de KI kwam naar voren dat deze cliënte in Turkije de kunstacademie heeft gevolgd en dat zij erg graag haar talenten weer wil benutten. Dit doel behoorde niet tot één van de vier prioriteiten, maar omdat zij in het verleden daar veel kracht uit haalde, heb ik voorgesteld samen het Van Abbemuseum te bezoeken. Daar zag ik een heel andere kant van haar. Zij was erg enthousiast en ging alles tot in detail bekijken. Zij vertelde over hoe zij voorheen modellen tekende en schilderde en welke technieken zij gebruikte. Ik heb de kunst aangegrepen om een gesprek aan te gaan over het maken van eigen keuzes en het aangaan van relaties, waarin zij openhartig vertelde over hoe zij daar in het verleden mee omging en hoe zij daar nu in staat. Bij dit gesprek heb ik heel bewust copingvragen ingezet, omdat ik het heel waardevol vind om te weten hoe iemand in het verleden met tegenslagen omging en welke kwaliteiten iemand gebruikt om daar weer uit te komen. Ik denk dat dit bezoek zeker heeft bijgedragen aan de opbouw van zowel haar zelfvertrouwen als het versterken van onze werkrelatie.
Ik heb laatst deze casus in de teamkrachtbespreking ingebracht. Dit leverde interessante inzichten en verdere aanknopingspunten in de begeleiding op. Ik wil nu het reeds door het LEK gemaakte genogram bekijken om samen met de cliënt na te gaan of er breuken in (familie)relaties zijn die hersteld kunnen worden. Op basis hiervan kunnen we een ecogram opstellen. Ook wil ik een taxatie van draagkracht met haar maken en beter zicht krijgen op de risico’s op terugval (qua relaties).