Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Vriendschap, verkering, vrijen en kinderwens

30-06-2015

Doel van deze interventie is dat jongvolwassenen met een lichte verstandelijke beperking zich meer bewust zijn van hun eigen wensen en behoeften op het gebied van vriendschap, verkering, vrijen en kinderwens. Ook beschikken ze na de cursus over meer kennis over bijvoorbeeld vrijen en voorbehoedsmiddelen.

In evaluatieonderzoek zijn cursusleiders enthousiast over de methode, maar blijkt dat zij ook verschillende accenten leggen. Cursisten geven aan ze de groepsbijeenkomsten en sfeer prettig vonden, maar dat ze het moeilijk blijven vinden om met hun netwerk over deze onderwerpen te praten. Ook cursusleiders constateren dat herhaling van kennis nodig blijft.

1. Beschrijving methode

Doel

Jongvolwassenen met een lichte verstandelijke beperking beschikken over meer kennis en zijn zich beter bewust van eigen wensen en behoeftes op het gebied van vriendschap, verkering, vrijen en kinderwens. Daardoor kunnen zij gezondere vriendschaps- en verkeringsrelaties ontwikkelen.

Doelgroep

De doelgroep van de interventie Vriendschap, Verkering, Vrijen en Kinderwens (VVVK) bestaat uit mensen met een lichte verstandelijke beperking van 18 jaar en ouder die (enigszins) kunnen lezen en schrijven.

Aanpak

De cursus bestaat uit elf bijeenkomsten (elf onderwerpen) van twee uur. Naast een bijeenkomst ter kennismaking en een bijeenkomst ter afronding, komen als onderwerpen aan bod: hoe zie jij jezelf en hoe zien anderen jou; vriendschap, verliefdheid en verkering; vrijen en je eigen lichaam; vrijen met jezelf; vrijen met een ander; vrijen, voorspel en voorbehoedsmiddelen; vrijen, klaarkomen en naspel; kinderwens.

Voor iedere bijeenkomst is een programma in het handboek opgenomen. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende werkvormen, bijvoorbeeld een quiz of een (kaart)spel. Ook wordt gebruik gemaakt van video’s/filmpjes en ander beeldmateriaal (afbeeldingen, strips) om het gesprek op gang te brengen. Cursisten krijgen thuiswerkopdrachten mee.

Uitvoerende organisaties

Organisaties die ondersteuning bieden aan mensen met een lichte verstandelijke beperking die, al dan niet met een lichte vorm van begeleiding, zelfstandig wonen.

2. Samenvatting werkzame elementen

  • De combinatie van het inzetten op meer kennis en groter zelfbewustzijn.
  • Laagdrempelig informeren: eenvoudige informatie in een beperkte hoeveelheid per bijeenkomst, met aandacht voor herhaling.
  • Het gebruik van beeldmateriaal (tekeningen en filmpjes).
  • De afwisseling in werkvormen tijdens een bijeenkomst: kennisoverdracht, discussie, (thuiswerk)opdrachten en spelvormen.
  • Aandacht voor normen en waarden voor seksualiteit.
  • Het bespreekbaar maken van seksualiteit door uitwisseling van ervaringen en het elkaar laten adviseren van deelnemers.
  • De kleine groep (acht tot twaalf deelnemers) waarin de cursus wordt gegeven.
  • De opbouw van de cursus, van een lichter onderwerp als vriendschap tot spannender onderwerpen als verkering en vrijen, waardoor eerst een vertrouwde sfeer ontstaat.
  • Het betrekken van een zelf gekozen vertrouwenspersoon uit de omgeving van de deelnemer en/of de persoonlijke begeleider.

3. Beoordeling

De interventie Vriendschap, verkering, vrijen en kinderwens is in juni 2015 erkend als Goed Onderbouwd door de erkenningscommissie Maatschappelijke ondersteuning, participatie en veiligheid. De erkenningscommissie waardeert de zorgvuldige uitwerking van de interventie, die op basis van evaluaties is aangepast en up to date gehouden wordt. Het beschikbare materiaal is goed overdraagbaar.

De commissie geeft als aanbeveling om aanwijzingen voor implementatie op te nemen. Er is gekozen voor een eenvoudige en duidelijke lijn in de onderbouwing. Een goed onderbouwde interventie. Gedegen kwalitatief onderzoek (met deelnemers en uitvoerders) wordt als waardevolle stap voor doorontwikkeling aanbevolen.

4. Onderzoek

De cursus is geëvalueerd door Hamers (2009), MEE Oost-Gelderland  (2012b, 2014). De cursusleiders waren enthousiast over de cursus (Hamers, 2009). In de praktijk bleek dat de cursusleiders verschillende accenten legden, afhankelijk van hun eigen insteek/focus en de vragen van de deelnemers. In de diverse evaluaties gaven cursisten aan dat ze het volgen van een cursus in een groep prettig vonden en ook de sfeer. Het belangrijkste dat ze uit de cursus meenemen is dat je ‘alleen dat doet wat je alle twee wilt, geen dingen tegen je zin in laten gebeuren’.

De voorkennis over seksualiteit verschilde per cursist en per onderwerp. Daardoor was sommige informatie voor de ene cursist nieuw en voor de andere cursist al langer bekend. Of de cursus iets voor hen heeft opgeleverd, kon dus ook per onderwerp/ bijeenkomst en cursist verschillen. Hun persoonlijke begeleiders gaven onder andere aan dat de cursisten volgens hen na de interventie beter weten wat vriendschap, verkering en vrijen inhoudt (MEE Oost-Gelderland, 2012b).

Advies van de cursusleiders is om het netwerk actiever te betrekken bij de cursus, om de groepssamenstelling te bewaken en het materiaal up-to-date te houden (MEE Oost-Gelderland, 2014). Oud-cursisten blijven het wel moeilijk vinden om met hun netwerk te praten over vriendschap, verkering, vrijen en kinderwens en de cursusleiders constateren dat herhaling van kennis nodig blijft (MEE Oost-Gelderland, 2014).

5. Ontwikkelaar

MEE Oost (voorheen MEE Oost-Gelderland)
Fons Flierman
f.flierman@mee-og.nl
06 46 37 86 75

6. Meer informatie