Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Samenhang slachtoffer- en daderschap huiselijk geweld

15-09-2011

Bijna de helft (45 procent) van de slachtoffers huiselijk geweld pleegt later zelf psychisch, lichamelijk of seksueel geweld in huiselijke kring. Hoe ernstiger het slachtofferschap van huiselijk geweld, hoe vaker daderschap wordt gerapporteerd. Dat blijkt uit aanvullend onderzoek van het WODC naar aanleiding van het algemene landelijke onderzoek huiselijk geweld in 2010.

Na afronding van het algemene landelijke onderzoek huiselijk geweld in 2010, bleek dat er nog verschillende vragen open stonden. Deze vragen zijn in een vervolgonderzoek nader onder de loep genomen:

  1. Wat is de samenhang tussen slachtoffer- en daderschap van ernstig huiselijk geweld uitgesplitst naar sekse en het type van het voorval?
  2. Plegen daders hetzelfde type huiselijk geweld als het geweld waar zij slachtoffer van werden (voor die daders die ook slachtofferschap rapporteren)? Welke factoren spelen daarbij een rol?
  3. Door welke typen van plegers wordt evident huiselijk geweld gepleegd? Hebben vrouwelijke slachtoffers met andere pleegtypen te maken dan mannelijke slachtoffers?

Andere delicten

De meeste huiselijk geweldplegers blijken zich in het verleden ook aan andere delicten te hebben schuldig gemaakt (lichte vergrijpen, vermogensdelicten en geweld buiten de gezinssfeer). Meer dan een op drie huiselijk geweldplegers is eerder veroordeeld voor huiselijk geweld. De meerderheid van de volwassen huiselijk geweldplegers had gedragsproblemen in de kindertijd en in de jeugd.

De onderzoekers stellen dan ook dat de behandeling van huiselijk geweldplegers niet alleen gericht moet zijn op impulsbeheersing en emotieregulatie, maar ook aandacht moet besteden aan eigen slachtofferschap, de kwaliteit van en het functioneren binnen het sociale netwerk. Echter zonder de pleger in een slachtofferpositie te plaatsen.

Slachtofferschap tbs-patiënten

Een van de deelrapportages gaat specifiek in op slachtofferschap in de jeugd van tbs-patiënten. Daaruit blijkt dat bijna 70 procenten van de tbs-patiënten was in zijn jeugd slachtoffer van mishandeling en verwaarlozing. Van deze groep was 30 procent slachtoffer van chronische verwaarlozing en incidentele mishandeling en 21 procent van chronische verwaarlozing en systematische mishandeling.

Meer informatie