Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Amsterdam zet in op aanpak seksueel geweld

11-01-2013

De gemeente Amsterdam zet stevig in op de aanpak van seksueel geweld. In het uitvoeringsplan Seksueel Geweld 2013-2014 staan verschillende maatregelen om de huidige aanpak van seksueel geweld in Amsterdam te versterken. Daarbij gaat ook aandacht uit naar seksueel geweld in de huiselijke sfeer onder (ex)partners.

De aanpak richt zich vooral op het proberen te voorkomen van seksueel geweld en het bieden van betere hulp aan slachtoffers. Te vaak zijn jongeren slachtoffer van seksueel geweld. De gemeente Amsterdam zet stevig in op de aanpak van seksueel geweld.

Jong volwassenen

Wethouder Eric van der Burg (Zorg): "Het plan richt zich met name op seksueel geweld tegen jong volwassenen. Jaarlijks komen gemiddeld 681 incidenten van seksueel geweld bij de politie terecht, dat zijn er 2 per dag en 2 te veel. De politieonderzoeken laten zien dat een groot deel van de slachtoffers, verdachten en daders van seksueel geweld jong is. Het is daarom van belang dat deze jongeren weten wat wel en niet toegelaten is op het gebied van relaties en seksualiteit. Wanneer de eerste signalen van seksueel geweld optreden dient er snel en adequaat te worden gehandeld. Voor de slachtoffers is het juist belangrijk dat zij de juiste hulp en zorg aangeboden krijgen."

Het uitvoeringsplan voor de periode 2013-2014 focust daarbij op drie doelgroepen die in de politieonderzoeken (sterk) naar voren komen:

  • Jeugd: plegers en slachtoffers tussen de 15 en 25 jaar
  • Huiselijk geweld: seksueel geweld in de huiselijke sfeer onder (ex)partners
  • Slachtoffers van seksueel geweld gerelateerd aan het uitgaan

Vijf maatregelen

Het plan bevat vijf maatregelen om de gezamenlijke aanpak van seksueel geweld in Amsterdam te intensiveren:

  1. Preventie seksueel risicogedrag jongeren. De maatregel is gericht op het weerbaar maken van kinderen tegen seksueel geweld door het aanleren van vaardigheden op het gebied van relaties en seksualiteit. Op de Amsterdamse middelbare scholen wordt bijvoorbeeld les gegeven over liefde en seks. Uit politieonderzoek blijkt dat een groot deel van de slachtoffers, verdachten en daders van seksueel geweld jong zijn.
  2. Signalering en bespreekbaar maken van seksueel geweld en risicogedrag. Seksueel geweld is een moeilijk bespreekbaar onderwerp. Volgens het politieonderzoek zijn in 60% van de verkrachtingszaken verdachte en slachtoffer redelijk tot goede bekenden van elkaar. Het is daarom van belang dat professionals in Amsterdam de criteria kennen voor gezond gedrag, signalen van seksueel geweld herkennen en weten hoe zij moeten handelen. Door middel van workshops en trainingen wordt het signalerend vermogen beter onder de professionals die werken in de jeugdzorg, professionals die werken met jongeren en professionals die in de keten zitten van het huiselijk geweld en kindermishandeling.
  3. Hulpverlening aan zedenslachtoffers. Deze maatregel richt zich op de ondersteuning van slachtoffers van seksueel geweld die aangifte doen bij de zedenpolitie. Jaarlijks komen gemiddeld 681 incidenten van seksueel geweld ter kennis van de politie.
  4. Onderzoek aangiftebereidheid. De GGD voert een online onderzoek uit onder vrouwen en mannen van 15 jaar en ouder die te maken hebben gehad met seksueel geweld. De resultaten worden gebruikt om waar mogelijk de maatregelen te nemen die de drempel tot het doen van aangifte te verlagen. Dat kunnen zij doen op externe linkwww.onderzoekseksueelgeweld.nl.
  5. Onderzoek informatie-uitwisseling. Op het gebied van seksueel geweld werkt de gemeente nauw samen met de GGD, Politie, OM, Bureau Jeugdzorg, het Steunpunt Huiselijk Geweld Amsterdam en de stadsdelen. Uit onderzoek blijkt dat aanrandingen en verkrachtingen ook voorkomen tijdens het uitgaan. Dat kan zijn binnen de horecagelegenheden of slachtoffers die uitgaan en op de route naar huis worden benaderd of na het uitgaan meegaan met een verdachte die met andere bedoelingen het slachtoffer mee naar huis neemt. Op dit moment wordt er geen informatie uitgewisseld tussen de zedenpolitie/OM en de gemeente over de hierbij betrokken horecagelegenheden. Dit kan mogelijk interessant zijn voor bijvoorbeeld de controle op het toezicht door de exploitant.