Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Meerderheid meldingen Veilig Thuis ‘her-meldingen’

10-07-2015

Bijna 60 procent van alle meldingen over huiselijk geweld die binnenkomen bij Veilig Thuis zijn ‘her-meldingen’. Dat meldt kennisinstituut Movisie. Het geweld in deze gezinnen stopt niet, terwijl er soms tientallen hulpverleners bezig zijn met deze gezinnen.

Het VNG-programma Veilig Thuis had Movisie en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) eerder al om advies gevraagd voor een multidisciplinaire aanpak. De twee organisaties hebben in co-creatie met professionals een advies hiervoor geschreven. Dit gaat over twee vormen van hulp: hulp na een acute ernstige (seksueel) geweldssituatie en hulp voor gezinnen waarin langdurig onveiligheid speelt. In Nederland zijn hiermee al enkele positieve ervaringen.

Afstemming

In beide gevallen komen de professionals naar het slachtoffer of het gezin toe in plaats van andersom. Alle hulp wordt onderling afgestemd, ook met het slachtoffer. De acute hulp wordt op één centrum geboden, een vaste contactpersoon staat het slachtoffer bij. Deze casemanager verstrekt alle informatie over uitkomsten en vervolgstappen. Het slachtoffer hoeft niet onnodig vaak het verhaal te vertellen.

Bij structureel geweld stemt het multidisciplinaire team met elkaar en met het slachtoffer en het gezin, het veiligheids- en behandelplan af. Ook het sociaal netwerk en eventueel het sociaal wijkteam worden hierbij betrokken. Het uiteindelijk doel is om nieuw geweld en nieuw slachtofferschap te voorkomen.

Om de tafel

De wethouders van de centrumgemeenten hebben ingestemd met het advies. Movisie en NJi gaan met het VNG-Programma Doorontwikkeling Veilig Thuis deze zomer om de tafel met beleidsambtenaren en instellingen in de 26 Veilig Thuis-regio’s. Gespreksonderwerpen zijn: de regionale stand van zaken rond multidisciplinaire aanpak, de plannen en de mogelijke ondersteuningsbehoefte bij de uitvoering. Hierna wordt een voorstel voor multidisciplinaire aanpak geschreven dat aan de wethouders wordt voorgelegd.