Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Geen onvoorziene knelpunten bij implementatie Wet middelenonderzoek bij geweldplegers

17-08-2017

Bij de implementatie van de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers (WMG) hebben zich geen onvoorziene knelpunten voorgedaan. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Blazen bij geweld'. Minister Blok (VenJ) heeft dat in een brief aan de Tweede Kamer laten weten.

De WMG trad op 1 januari 2017 in werking. De wet geeft de politie de bevoegdheid om een middelenonderzoek uit te voeren bij verdachten van geweldsmisdrijven. Hoofddoel van het onderzoek ‘Blazen bij geweld’ was om na te gaan of bij de invoering van de WMG onvoorziene knelpunten zouden optreden.

Landelijke uitrol

Er is voor gekozen om de implementatie van de WMG eerst in enkele startgebieden te beproeven, alvorens over te gaan tot landelijke uitrol. Eventuele knelpunten zouden in de proefperiode snel gesignaleerd en verholpen kunnen worden. Omdat er zich geen onvoorziene knelpunten hebben voorgedaan, is op 1 juli gestart met de landelijke uitrol. Deze wordt tot 16 september begeleid door een landelijke campagne.

Ernstiger lichamelijk letsel

Middelengebruik vormt een belangrijke risicofactor voor geweldpleging. Naar schatting 26 tot 43 procent van het geweld in Nederland wordt gepleegd onder invloed van alcohol, 3 procent onder invloed van drugs en 3 tot 12 procent onder invloed van alcohol en drugs. Vaak leidt dit geweld tot ernstiger lichamelijk letsel in vergelijking met geweldpleging waaraan geen middelengebruik vooraf is gegaan.

De WMG geeft de politie de bevoegdheid bij verdachten van geweldsmisdrijven een middelenonderzoek uit te voeren, indien er aanwijzingen zijn dat het geweld onder invloed van alcohol of drugs is gepleegd. Als uit het middelenonderzoek blijkt dat het alcoholpromillage boven de grenswaarde van 0,8 ligt, of dat het gebruik van amfetamine, cocaïne of methamfetamine meer dan 50 microgram per liter bloed bedraagt, dan kan de officier van justitie in zijn strafbeschikking of strafeis en de rechter in zijn vonnis het middelengebruik betrekken bij het bepalen van de aard en de hoogte van de op te leggen sanctie.

Startgebieden

Tijdens de proefperiode fungeerden drie basisteams als startgebied voor de WMG. Het betreft een kleine, middelgrote en grote gemeente - respectievelijk Veluwe-West, Alkmaar en Eindhoven-Zuid - zodat ook uitvoeringsverschillen naar gelang de grootte van de gemeente in kaart konden worden gebracht.

Tijdens de landelijke uitrol wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de instructie van de politie, bestaande uit een e-learning en opleiding van de Politieacademie die door alle ‘blauwe’ agenten gevolgd zal worden. De implementatiegroep WMG, bestaande uit politie, OM, verslavingsreclassering, NFI en VenJ, zal de uitvoering blijven monitoren. Vier jaar na de inwerkingtreding wordt de WMG landelijk geëvalueerd.

Downloads

pdf-bestandRapport 'Blazen bij geweld (via www.rijksoverheid.nl) (pdf-bestand, 172 kB)

pdf-bestandKamerbrief over onderzoek ‘Blazen bij geweld' (via www.rijksoverheid.nl) (pdf-bestand, 172 kB)