Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Verkenning Eergerelateerd geweld, de nazorgfase

21-03-2007

Vanuit het veld (politie en hulpverlenende instanties) zijn er initiatieven om de verschijningsvormen van eergerelateerd geweld beter het hoofd te kunnen bieden en slachtoffers beter te kunnen begeleiden. Om de kennis te vergroten zijn op ministerieel niveau drie projecten /dossiers opgestart. Deze projecten vallen onder het overkoepelende programma Eergerelateerd Geweld van het Ministerie van Justitie.

De dossiers zijn: Maatschappelijke preventie, Strafrechtelijke aanpak en Bescherming. Het dossier Bescherming focust zich op voorzorg (preventief scheiden van dader en slachtoffer), de zorg (hulpverlening en daadwerkelijke opvang) en nazorg (het traject vanaf het moment dat het slachtoffer geen opvang meer krijgt).

Doel van het onderzoek

Dit onderzoek, in opdracht van het ministerie van VWS, directie Maatschappelijke Ondersteuning, richt zich vooral op de nazorgfase, waarbij het verlaten van de zorgfase het beginpunt is van de nazorg. Het onderzoek heeft als doel in kaart te brengen hoe het nazorgtraject van slachtoffers eruitziet, welke zorgbehoefte zij hebben, hoe het staat met hun veiligheid en welke verbetermogelijkheden er zijn op het gebied van zorg en veiligheid.

Onderzoeksvragen

Het onderzoek gaat in op de volgende vragen:

  1. Wie bepaalt dat het ‘veilig’ is voor een slachtoffer om terug te keren in de maatschappij?
  2. Op basis van welke criteria bepaalt de hulpverleningsinstantie de ‘veiligheid’ van het slachtoffer? Wordt hierbij een relatie gelegd met het screeningsinstrument?
  3. Is er hulpverlening na de vrouwenopvang en is die adequaat en in overeenstemming met de ‘veiligheidsstatus’ van het slachtoffer?
  4. Wat gebeurt er met slachtoffers na de opvang? Keert het slachtoffer terug naar de eigen (oude) omgeving, bouwt het een nieuw leven op in een nieuwe omgeving, of is er een combinatie van beide? Vindt alsnog eerzuivering plaats (huwelijk, achterlating, abortus, opsluiting)?
  5. Is er behoefte aan begeleiding in de nazorgfase en is deze zo nodig beschikbaar?

Het onderzoek is verricht aan de hand van veertien cases, die in een bijlage worden toegelicht. Daarnaast vond een literatuurstudie plaats en zijn diepte-interviews gehouden met instanties en contactpersonen. De voorlopige resultaten werden besproken in een expertmeeting, waarin deskundigen van politie, ASHG, vrouwenopvang en enkele andere instellingen aanwezig waren.

Conclussies en aanbevelingen

Voortvloeiend uit de verkenning en conclusies doen de onderzoekers een aantal aanbevelingen. Deze hebben betrekking op de afbakening en het inhoud geven aan de zorg- en nazorgfase; de risico-inschatting bij uitstroom; de inschatting van zelfredzaamheid bij uitstroom; de multidisciplinaire aanpak; de methodiek voor de nazorg; het structureren van de samenwerking door de regierol; de invloed van eerherstel op nazorg en resocialisatie; alertheid bij risico’s als gevolg van handelen van instanties; alertheid bij risico’s als gevolg van handelen slachtoffers en, ten slotte, nadere beschouwing van het beschermingsarrangement zoals dat geintroduceerd is door het Verwey-Jonker Instituut.

Johannink, R., & Mitrovitch, C. (2008). Eergerelateerd geweld in Nederland: de nazorgfase. S.l.: In-pact Politieadviescentrum.