Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Eindrapport Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik

15-11-2016

In deze eindrapportage 'Ik kijk niet weg' blikt de Taskforce terug op de afgelopen vier jaar en kijkt zij vooruit naar de komende jaren. Er is al veel bereikt: kennis en good practices zijn verspreid, er zijn bruggen geslagen tussen organisaties, netwerken aan elkaar geknoopt en nieuwe acties in gang gezet. Toch dient er nog veel te gebeuren om kindermishandeling tegen te gaan.

Nationaal programma

Om werkelijk vooruitgang te boeken moet volgens de Taskforce een trendbreuk worden geforceerd. De Taskforce is van mening dat het Rijk hiervoor aan zet is. Het Rijk is verantwoordelijk voor de naleving van internationaalrechtelijke verplichtingen, zoals het Internationaal verdrag voor de rechten van het kind. Ook kunnen sommige onmisbare elementen bij de aanpak van kindermishandeling, zoals adequate wet- en regelgeving en monitoring van de gewenste landelijke trendbreuk, alleen op nationaal niveau worden gerealiseerd. De noodzaak om te komen tot een trendbreuk rechtvaardigt een Nationaal Programma waar één coördinerend minister verantwoordelijk voor is, aldus voorzitter Van der Laan.

Relevante partijen betrekken

De Taskforce benadrukt in haar rapportage dat alle relevante betrokken partijen bij de ontwikkeling en uitvoering van dit programma moeten worden betrokken. Ook het bedrijfsleven. Denk hierbij bijvoor-beeld aan bedrijfsartsen en bedrijfsmaatschappelijk werkers. En zeker ook het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, want belangrijke risicofactoren voor kindermishandeling in een gezin, zoals armoede en werkloosheid, moeten ook worden meegenomen in de aanpak.

Inhoud van het programma

De Taskforce benoemt in haar rapportage ook tien speerpunten die in ieder geval een plek moeten krijgen. Preventie behoort topprioriteit te zijn in het jeugdbeleid van gemeenten; alle aanstaande ou-ders moeten verplicht voorlichting krijgen over opvoedingsvraagstukken. Na de geboorte moeten bewezen effectieve programma’s worden ingezet, gericht op het verbeteren van de ouder-kindrelatie daar waar het dreigt mis te gaan.

Positie kind bij vechtscheiding

Ook wil de Taskforce de positie van kinderen bij vechtscheidingen verbeteren. Als er signalen zijn dat scheidende ouders er niet in slagen ‘goed en veilig’ uit elkaar te gaan moet de Raad voor de Kinder-bescherming een gedegen conflictanalyse uitvoeren. Blijkt daaruit dat het belang van het kind in het geding is, dan dient een bijzonder curator te worden aangewezen, ongeacht de leeftijd van het kind.

Wet Meldcode

De Wet meldcode moet gaan gelden voor advocaten, echtscheidingsmediators, notarissen en andere beroepen met een geheimhoudingsplicht, zoals bedrijven die bij het leveren van hun dienst of product geconfronteerd kunnen worden met uitingen van kindermishandeling of seksueel misbruik.

Kindveiligheidsbrevet

Een andere aanbeveling is de introductie van een ‘kindveiligheidsbrevet’ voor alle professionals in alle sectoren die met kinderen werken: een certificaat waaruit blijkt dat zij signalen herkennen die kunnen wijzen op kindermishandeling of seksueel misbruik, en dat zij weten hoe daarmee om te gaan. Dit is in Nederland geen norm, zoals in Engeland wel het geval is.

Effectgericht onderzoek

Van de instrumenten die ingezet worden om kindermishandeling te voorkomen, signaleren, stoppen of behandelen, is de effectiviteit (nog) niet aangetoond. Van slechts een enkele interventie is dat wel bekend. De Taskforce wil daarom dat het Rijk over een periode van tien jaar jaarlijks drie miljoen euro ter beschikking stelt voor het uitvoeren van effectgericht onderzoek.

Lees de rapportage

externe linkIk kijk niet weg (via taskforcekinderenveilig.nl)


Vuijsje, H. (2016). Ik kijk niet weg. Eindrapport Taskforce kindermishandeling. Den Haag: Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik.