Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Kinderdoding in Nederland

Moordouders

In dit proefschrift wordt het verschijnsel kinderdoding door de eeuwen heen geschetst, in Nederland en daarbuiten. Vervolgens wordt verslag gedaan van het onderzoek naar kinderdoding in Nederland in de periode 1994-2003. Het gaat daarbij om de persoon van de dader, de slachtoffers, de gezinsomstandigheden, de delictomstandigheden en het strafproces.

De publicatie richt zich met name op werkers in het juridische veld, rechtsplegers en wetshandhavers, opsporingsambtenaren, hulpverleners en gedragsdeskundigen. Door meer kennis over het verschijnsel kinderdoding kunnen potentiële risicogevallen vroegtijdig onderkend worden, waardoor professionele hulpverleners tijdig adequate maatregelen kunnen nemen.

Belangrijkste bevindingen

Ouders die hun kinderen doden hebben vaak op jonge leeftijd één of meer dierbaren verloren en zijn veelal afkomstig uit grote gezinnen van sociaaleconomisch lagere klassen.
Bijna zestig procent van de ouders die een kind doden dat ouder is dan een jaar, is van allochtone afkomst. In twee derde van de gevallen doodt de moeder het kind en een kwart van de daders be-neemt de baby binnen 24 uur na de geboorte het leven. Vaders doden hun kind uit wraak of jaloezie, moeders omdat het kind ongewenst is of omdat zij in een psychose verkeren.

Hoewel moeders dus vaker hun kind hebben gedood en bij het strafproces veelal even ontoerekeningsvatbaar worden geacht als de vader, blijkt dat mannelijke kinderdoders vier keer zwaarder wor-den gestraft. Eén op de vijf moordouders beneemt ook zichzelf het leven nadat het kind gedood is. Zeventien procent doet een mislukte zelfmoordpoging.

De meeste kinderdoders hebben geen justitiële voorgeschiedenis (85 procent), maar 40 procent is wel voor de moord ergens in het hulpverleningscircuit in behandeling voor psychische problemen. Ook blijkt dat bijna 40 procent vooraf signalen heeft afgegeven zichzelf of het kind iets te willen aandoen.

Een combinatie van verlies van een dierbare in het verleden met een dreigend verlies van een dierbare in de actualiteit, door bijvoorbeeld scheiding, kan volgens de auteur een opmaat zijn tot doding van een kind in gezinsverband.