Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Presentatie onderzoeksrapport oudermishandeling

27-03-2014

Annemiek Goes en Remy Vink hebben op 13 maart 2014 de resultaten gepresenteerd aan het platform van de Steunpunten Huiselijk Geweld. Met de aanwezige managers van de SHG’s is gediscussieerd over de uitkomsten, conclusies en aanbevelingen.

Het onderzoek is uitgevoerd in de periode van juli 2012 – tot eind 2013. Er is een werkdefinitie geformuleerd voor geweld tegen ouders door hun kinderen. De focus lag op de doelgroep 12-23 jarige plegers. Naar aanleiding van deze doelgroep afbakening volgen wat vragen. Conclusie en aanbeveling van de onderzoekers zijn dat er behoefte is aan een duidelijke definitie en onderscheid in doelgroepen.
Die aanbeveling werd gedeeld door de steunpunten. Opgemerkt werd dat de leeftijdgrens tot 23 jaar niet absoluut getrokken moet worden. Er zijn thuiswonende kinderen ouder dan 23 jaar die hun ouders mishandelen, waarbij de ouders jonger zijn dan 65 jaar. Zo is er ook sprake van oudermishandeling door niet meer thuiswonende kinderen, van 18+ en/of oudere leeftijd.

Andere resultaten van het onderzoek die werden herkend door de meeste steunpunten:

  • Uit politieregistratie blijkt dat circa 10% van meldingen betrekking heeft op oudermishandeling. Ook bij de meldingen bij het SHG ligt het rond 10-12% van de meldingen.
  • Meestal zijn de plegers jongens (87%); meestal is biologische moeder het slachtoffer.
  • Circa 10% van de plegers heeft een licht-verstandelijke beperking.
  • Fysiek geweld (78 %), psychisch geweld (70%) en financiële uitbuiting (11%) komen het meest voor.
  • Agressief gedrag ontwikkelt zich vaak tussen de 12-14 jaar.
  • De Sociaal Economische Status van het gezin blijkt niet van invloed op de ontwikkeling van dit probleemgedrag bij jongeren; het komt overal voor.
  • Verschillende problemen kunnen oudermishandeling veroorzaken of het risico op oudermishandeling versterken. Dit vraagt verder onderzoek, evenals naar profielen van slachtoffers en plegers. Een kwart van de plegers lijdt aan psychische problemen (zoals ADHD, PPD-nos, Borderline), bij jongeren maar ook andere problemen in het gezin, zoals huiselijk geweld, van zijn in meeste gevallen sterkste indicator voor de ontwikkeling van agressie richting de ouder.

Over de hulpverlening verklaarden de onderzoekers dat er een aantal systeemgerichte interventies en benaderingen bestaan die algemeen gericht zijn op huiselijk geweld, niet-specifiek voor oudermishandeling. Het aanbod is vooral gericht op 18 -. Voor 18+ wordt het lastiger om nog iets te doen (geen drang mogelijk), alleen nog justitieel ingrijpen. De steunpunten vinden dat er een aanpak voor deze groep ontwikkeld moet worden. Het gaat hier om complexe problematiek; relatief grote groep van geweldplegers. Verwijzing en toegang tot zorg is vaak problematisch en behoeft verbetering wat betreft financiering en snellere toegang tot reguliere GGZ. Een SHG meldt hier al actief mee bezig te zijn nl om in haar regio met het CJG oplossingen te bedenken, ook voor de doelgroep 18+.

Verder nemen we vanuit het platform de volgende reacties mee:

  • De jeugdgezondheidszorg zou meer aandacht moeten besteden aan het thema bij het consult voor 2e klassers van het VO. Aangezien kinderen in de leeftijd van 13-15 jaar risicofactoren kunnen vertonen.
  • Ook ligt er een belangrijke taak voor het onderwijs om deze problematiek bij leerlingen te signaleren.
  • De SHG’s bevelen aan om deze problematiek op te nemen in de Jeugdmonitor (EMOVO). Hier wil GGD Nederland werk van maken.

Het onderwerp is geagendeerd. Nu is het zaak om het op de agenda te houden en verder uit te werken, ook in de SHG-regio’s in overleg met kernpartners. Tosca Hummeling van GGD Nederland pleit ervoor om gezamenlijk op te trekken en een aanpak te ontwikkelen. Zo zou het aanwijzen van aandachtsfunctionarissen voor deze hardnekkige problematiek een eerste stap kunnen zijn.

De onderzoekers willen binnenkort met de ministeries om de tafel om de conclusies en aanbevelingen te bespreken. Ook de rijksoverheid kan veel betekenen voor de agendering van het thema. Het taboe bij slachtoffers en publiek moet worden doorbroken. Hulpverleners moeten vroegtijdig signaleren en met kennis van zaken reageren. Mogelijk kan het thema meegenomen worden in de landelijke publiekscampagne huiselijk geweld.