Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Strafrechtelijke opsporing en vervolging van vrouwelijke genitale verminking: De Franse praktijk

26-08-2010

In dit rapport liggen de resultaten besloten van een onderzoek naar de strafrechtelijke opsporing en vervolging van vrouwelijke genitale verminking (vgv ). In dit onderzoek staat de Franse praktijk centraal, overigens wel in vergelijkend perspectief, bezien vanuit Nederland.

Doel van het onderzoek was om de Franse strafrechtelijke aanpak van vgv te analyseren en hieruit lessen te trekken.
Het onderzoek is in 2009 en begin 2010 uitgevoerd door onderzoekers van het Instituut voor strafrecht en criminologie van de Universiteit Leiden, in opdracht van het Ministerie van Justitie (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum).

De conclusie van het rapport is dat niet onverkort kan worden volgehouden dat er in Frankrijk sprake is van een succesvollere praktijk van opsporing en vervolging van vgv dan in Nederland. De in Nederland bestaande indruk dat Frankrijk op het gebied van opsporing en vervolging van vgv moet worden gezien als gidsland verdient dus in ieder geval bijstelling. De opsporing en vervolging van vgv heeft
in Frankrijk veelal een reactief karakter en intensieve opsporing vindt alleen plaats wanneer een snijdster in beeld is.

Voor de Nederlandse praktijk kunnen vooral lessen worden getrokken uit de fase van ontdekking en melding. De grote rol van artsen lijkt hierbij doorslaggevend. Deze rol is in Frankrijk in twee opzichten groter dan in Nederland.

  • Ten eerste worden kinderen regelmatiger lichamelijk onderzocht, ook genitaal. Daarnaast vindt dit onderzoek plaats door artsen van één instantie (het pmi) in plaats van door verschillende soorten artsen van verschillende instanties.
  • Ten tweede hebben artsen in Frankrijk meer mogelijkheden om vgv te melden aan (en samen te werken met) strafrechtelijke autoriteiten dan de Nederlandse artsen.

Verder pleiten de onderzoekers voor een relatief grote inspanning van opsporingsinstanties om snijdsters te vinden. Meer in het algemeen menen de onderzoekers dat er mogelijkheden zijn voor het Nederlandse opsporingsapparaat om meer actief op te treden dan de Franse opsporings- en vervolgingsinstanties doen.

Tot slot willen de onderzoekers benadrukken dat Frankrijk weliswaar meer veroordelingen voor vgv kent, maar dat de aanpak van vgv in Nederland veel meer geïntegreerd is en daarmee in sommige opzichten juist voorloopt op de Franse praktijk.

Samenvattingen (Ned, Frans, Engels) en volledige digitale tekst (via website WODC, pdf's)

Bestellen bij:
Boom Juridische uitgevers
Postbus 85576
2508 CG Den Haag
Telefoon: +31 (0)70-3307033 Fax: +31 (0)70-3307030 E-mail: info@bju.nl
Website: www.bju.nl

Nijboer, J.F., Aa, N.M.D. van der, & Buruma, T.M.D. (2010) Strafrechtelijke opsporing en vervolging van vrouwelijke genitale verminking: De Franse praktijk. Den Haag: Boom Juridische uitgevers. ISBN: 978-90-8974-317-6