Steeds minder vechtscheidingen

Het aantal conflictscheidingen is de afgelopen tien jaar enorm gedaald. Dat blijkt uit onderzoek van Kantar ter gelegenheid van de tiende Dag van de Scheiding, die vandaag plaatsvindt.

Nog maar 6 procent van de gestrande huwelijken eindigt met een oordeel van de rechter over de afwikkeling daarvan. Dat percentage lag in 2011 nog op 31 procent.

benen man en vrouw plus kat

Kantar voerde het onderzoek uit in opdracht van de Nederlandse vereniging van Familie- en erfrecht Advocaten en Scheidingsmediators (vFAS).

“Uit de resultaten kunnen we concluderen dat het in verreweg de meeste gevallen lukt om een scheiding in goed overleg te begeleiden op zowel emotioneel als juridisch vlak," aldus voorzitter van de vFAS Alexander Leuftink. "Mediation lijkt daarbij steeds belangrijker te worden. Dat vind ik een enorme winst van de afgelopen jaren. Het past ook in deze tijd dat partners kiezen voor gelijkwaardigheid zowel tijdens de relatie als bij de beëindiging daarvan".

De rechtsgang nam in tien jaar met ruim 65 procent af. Er wordt steeds meer in onderling overleg vastgesteld, met of zonder tussenkomst van een (advocaat)mediator. In een kwart van de gevallen wordt partneralimentatie vastgesteld, waarbij 62 procent vasthoudt aan de wettelijke termijn van twaalf jaar (voor 1 januari 2020) of de huidige termijn van vijf jaar. Ruim een derde van de ondervraagden is het eens met het terugbrengen van de maximumduur naar vijf jaar. De helft van de respondenten vindt dat de hoogte van de partneralimentatie zou moeten worden gemaximeerd.

Co-ouderschap

In de zorg voor de kinderen wordt steeds meer gekozen voor een vorm van co-ouderschap (34%). In 2011 was dat nog maar 25%. Drie procent van de gescheiden stellen kiest voor bird-nesting (kinderen in ouderlijk huis, ouders vliegen in en uit). 54 procent vindt dat heen en weer reizen niet te belastend mag zijn voor de kinderen en 36 procent vindt dat er een maximumafstand moet komen tussen de huizen van beide ouders.

Bijna de helft van de ex-partners vindt dat co-ouderschap het uitgangspunt zou moeten zijn. Opvallend is dat mannen meer uitgesproken voorstanders zijn van co-ouderschap (60% vs 40%), dat het contact met beide ouders gelijk moet worden gehouden (69% vs 57%) en dat dit in het belang van het kind is (49% vs 36%).