CKM brengt onzichtbare slachtoffers mensenhandel in beeld

Online hulpverleningstool Chat met Fier heeft vorig jaar contact gelegd met 299 slachtoffers van mensenhandel. Vrijwel allemaal slachtoffer van seksuele uitbuiting en de meerderheid betreft minderjarige meisjes, waarvan ruim een kwart jonger is dan 15 jaar. Dit blijkt uit vandaag verschenen onderzoek van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM).

Deze meisjes behoren volgens het CKM tot de grootste en meest onzichtbare groep slachtoffers van mensenhandel in Nederland.

blonde vlecht voor ogen

Volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen is van deze 1.300 meisjes slechts 2 tot 3 procent zichtbaar.

"Met onze innovatieve aanpak en beperkte middelen lukte het ons om 12 procent van deze groep in beeld te krijgen en te ondersteunen. Een bescheiden, maar desondanks belangrijke stap in de goede richting", aldus CKM-woordvoerder Shamir Ceuleers.

Het CKM noemt het positief dat het met de chat steeds beter lukt om in contact te komen met een deel van deze onzichtbaar gewaande groep, anderzijds blijft het onacceptabel dat we van ruim duizend minderjarige slachtoffers nog altijd geen idee hebben waar zij zich bevinden.

Criminele netwerken

Vrijwel alle slachtoffers (89%) die in beeld kwamen, hadden zelf contact met Chat met Fier gezocht. In de overige gevallen ging het om iemand die een melding maakte over een ander persoon. De meeste slachtoffers zaten ten tijde van het contact nog midden in de uitbuitingssituatie. Wat opvalt is hun jonge leeftijd: twee derde is minderjarig en ruim een kwart zelfs 15 jaar of jonger. Bij één op de vijf slachtoffers waren meerdere daders betrokken, wat lijkt te wijzen op georganiseerde criminele netwerken.

Het rapport laat zien dat een grote groep jonge slachtoffers voor een lange periode wordt uitgebuit,  maar niet gesignaleerd. Slachtoffers blijven dus verstoken van zorg en mensenhandelaren kunnen ongestoord hun gang gaan. "Dit is buitengewoon zorgelijk", aldus Ceuleers. "Mensenhandel is een klassiek haaldelict. Dat maakt dat de opsporing proactief op zoek moet naar mensenhandelaren en hun slachtoffers. We weten dat dit veel capaciteit kost en om specifieke expertise vraagt. Juist op dit punt gaat het mis."