Kindermishandeling

Hieronder vindt u in het kort informatie over deze vorm van geweld en kunt u een factsheet downloaden.

Factsheet Kindermishandeling
PDF document | 2 pagina's | 112 kB
Factsheet | 01-11-2018, update: november 2022
Factsheet Child abuse
PDF document | 2 pagina's | 101 kB
Factsheet | 15-09-2020

Wat is kindermishandeling?

De Jeugdwet definieert kindermishandeling als: ‘Elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.’

Het is in de praktijk niet altijd even helder wat veilig- en onveilig  opgroeien is. In gevallen van expliciet huiselijk geweld of kindermishandeling zal er weinig discussie zijn: dat is geen veilige  situatie. Maar er zijn ook veel zaken waar de situatie veel diffuser is.

Vormen

Kindermishandeling kent verschillende vormen, zoals lichamelijke mishandeling of verwaarlozing, psychische mishandeling of verwaarlozing, seksueel misbruik (ook online) en het getuige zijn van (partner)geweld. In de praktijk komen de verschillende vormen van kindermishandeling vaak in combinatie voor. Specifieke vormen van lichamelijke mishandeling zijn schudden van een baby met hersenletsel als gevolg, pediatric condition falsification en meisjesbesnijdenis.

Veiligheid en risico’s inschatten

Veel kennis over risico- en beschermende factoren is samengevat in verschillende richtlijnen kindermishandeling:

Enkele aandachtspunten:

  • Risicofactoren vergroten de kans op kindermishandeling.
  • Hoe meer risicofactoren, hoe groter de kans op het ontstaan of herhaling van kindermishandeling.
  • Dat er risicofactoren aanwezig zijn, betekent niet per definitie 
    dat een ouder ook daadwerkelijk zijn kind mishandelt of dat gaat 
    doen.
  • Beschermende factoren kunnen een positieve kracht zijn in risicovolle situaties. Ze kunnen helpen om kindermishandeling 
    en de negatieve invloeden van kindermishandeling te voorkomen. 
    De beschermende factoren kunnen we vinden bij kinderen zelf, bij hun opvoeders en in de omgeving. 

Verschillende instrumenten kunnen helpen om een risicotaxatie te maken. In de praktijk blijken er soms misverstanden te zijn over risicotaxatie. Lees meer hierover in Veiligheid en risico’s inschatten: wat helpt? bij Publicaties.

Verschil tussen acute en structurele onveiligheid

  • Acute onveiligheid
    Bij acute onveiligheid kan het onder andere gaan om direct fysiek gevaar of afwezigheid van basale verzorging bij kinderen
  • Structurele onveiligheid
    Bij structurele onveiligheid gaat het om gezinnen of huishoudens waar sprake is van zich herhalende of voortdurende onveilige gebeurtenissen en situaties. Deze structurele onveiligheid wordt (soms bij gebrek aan ‘kindsignalen’) door veel beroepskrachten niet altijd onderkend.

Signalen: Hoe zie ik dat een kind slachtoffer kan zijn?

Kinderen laten soms geen signalen zien en lijken goed te functioneren. Toch kan er sprake zijn van onveiligheid in de opvoedingssituatie. Er bestaan veel overzichten van signalen van kindermishandeling. Vrijwel alle signalen van kindermishandeling zijn aspecifiek: niet één kenmerk in uiterlijk, gedrag of ontwikkeling is specifiek voor kindermishandeling en alle kenmerken kunnen ook een signaal zijn voor andere problemen. Het is daarom belangrijker om gevoelig te zijn voor signalen en het wegen ervan, dan om precies te weten welke signalen relevant zijn.

Professionals die met volwassenen werken dienen de Kindcheck uit te voeren. Dit maakt deel uit van de meldcode en is dus niet vrijblijvend. Professionals zijn er verantwoordelijk voor om de meldcode te volgen bij signalen en feiten die een vermoeden van kindermishandeling onderbouwen.

Aandachtspunten

De meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling helpt  professionals met het signaleren en handelen bij (vermoedens van) huiselijk geweld of kindermishandeling. Het werken met de meldcode is verplicht voor professionals in de gezondheidszorg, het onderwijs, de kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie.

De stappen in de meldcode helpen je vanaf het moment van signaleren tot aan het besluit over het al dan niet doen van een melding. Algemene meldcode richtlijnen 
(zoals de 5 stappen) staan niet op deze factsheet beschreven –  bezoek daarvoor deze link.

Het bij Veilig Thuis melden van vermoedens van kindermishandeling is met ingang van 1 januari 2019 noodzakelijk in alle gevallen waarbij sprake is van acute en/of structurele onveiligheid. Lees hier meer over het werken met de gewijzigde meldcode.

Feiten en cijfers

  • Volgens de derde Nationale Prevalentiestudie Mishandeling (NPM) zijn in 2017 in Nederland naar schatting tussen de 90.000 en 127.000 
    kinderen en jongeren van 0 tot 18  jaar blootgesteld aan een vorm van  kindermishandeling. Dit is ongeveer 3 procent van alle kinderen in  Nederland. Het gaat hierbij om kinderen waarbij professionals mishandeling hebben gesignaleerd. Aangezien niet alle gevallen van kindermishandeling gesignaleerd worden geldt 3 procent als ondergrens.
  • De meest voorkomende vormen van  kindermishandeling zijn emotionele en fysieke verwaarlozing, met respectievelijk 36 en 24 procent van de gevallen.
    Meer cijfers uit de Nationale Prevalentiestudie vindt u hier.
  • In het Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 onder  leerlingen in het voortgezet onderwijs  (klas 1-4) zegt bijna 25 procent van de leerlingen ooit in het leven slacht offer geweest te zijn van kindermis handeling. Dit komt overeen met gegevens uit onderzoek naar adverse childhood experiences (ACE’s) onder leerlingen uit groep 7 en 8 van het 
    primair onderwijs.

Advies/melden

Voor advies, melden en/of doorverwijzing naar opvang en/of andere hulp, neem contact op met:

  • Veilig Thuis, telefoon 0800 20 00.
  • Bij acuut gevaar bel 112.

Ontwikkeld door

Deze factsheet is ontwikkeld door het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) in samenwerking met ketenpartners en deskundigen. De factsheet is hierboven als download te vinden en ook bij het onderdeel Publicaties.