Onderzoek naar ervaringen seksueel misbruik Jehova’s getuigen openbaar

Onderzoek naar de omgang met (vermeend) seksueel misbruik binnen de gemeenschap van Jehova’s getuigen maakt duidelijk dat (vermeende) slachtoffers zich onvoldoende erkend en ondersteund voelen. Dat heeft te maken met de manier waarop met meldingen van misbruik wordt omgegaan.

Minister Dekker van het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft het WODC gevraagd deze omgang te (laten) onderzoeken.

Vrouw verschuilt zich achter gebarsten deur.

In opdracht van het WODC heeft de Universiteit van Utrecht onafhankelijk onderzoek verricht naar patronen, regels, gebruiken en structuren, van de gemeenschap van de Jehova’s getuigen in Nederland en de invloed die deze mogelijk hebben op de omgang met (vermeend) seksueel misbruik en de aangiftebereidheid van (vermeend) seksueel misbruik.

Het onderzoek doet niet aan waarheidsvinding, maar richt zich op de ervaringen van respondenten hoe met seksueel misbruik en meldingen daarover wordt omgegaan binnen de gemeenschap van Jehova's getuigen in Nederland. Waar in het rapport gesproken wordt over slachtoffers, daders en misbruik gaat het om vermeende slachtoffers, vermeende daders en vermeend misbruik.

Aanbevelingen

Het onderzoeksrapport Seksueel misbruik en aangiftebereidheid binnen de gemeenschap van Jehova's getuigen geeft handvatten om in gesprek te gaan met de gemeenschap over patronen (kerk)regels, gebruiken, structuren en de gevolgen daarvan voor de aangiftebereidheid over seksueel misbruik binnen de gemeenschap van Jehova's getuigen. De onderzoekers geven aan dat in dit kader een wet kan worden overwogen die de gemeenschap van Jehova's getuigen en andere organisaties verplicht om bij de politie (verdenkingen van) seksueel misbruik te melden, zoals in andere landen reeds het geval is. Het vergt nader onderzoek om de bruikbaarheid en wenselijkheid van dit instrument in de Nederlandse context te kunnen beoordelen.

Daarnaast adviseren de onderzoekers de gemeenschap van Jehova's getuigen om nog nadrukkelijker zorg te dragen voor de ondersteuning en erkenning van (vermeende) slachtoffers, onder meer door expliciet te wijzen op de mogelijkheden om extern melding of aangifte te doen. De onderzoekers adviseren om ouderlingen nog beter te trainen en een intern meldpunt op te richten voor slachtoffers van seksueel misbruik met goede kennis van de materie en van de interne én externe routes die slachtoffers kunnen bewandelen. Over de activiteiten van het meldpunt zou jaarlijks verslag moeten worden gedaan op de eigen website, richting de geloofsgenoten en richting de samenleving.