Logo Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

huiselijkgeweld.nl

Waarom een databank

In de databank vindt u methoden die elders al succesvol zijn toegepast. Zo hoeft niet iedereen zelf het wiel uit te vinden. Door plaatsing in de databank krijgen interventies meer bekendheid. Anderen worden in staat gesteld om er gebruik van te maken.

Wanneer u al met een bepaalde methode werkt, kunt u met de informatie in de databank nagaan of u de toepassing verder kunt verbeteren. Dat kan bijvoorbeeld aan de hand van de praktijkervaringen met valkuilen en succesfactoren van anderen.

U verrijkt op deze manier uw eigen kennis met die van anderen. We krijgen beter zicht op wat al dan niet werkt, of wat mogelijk zelfs contraproductief is. Op deze wijze realiseren we in de aanpak van huiselijk geweld en seksueel geweld niet alleen voortgang, maar ook vooruitgang.

Kwaliteitsverbetering van methoden

De databank daagt ontwikkelaars en uitvoerders uit om bestaande methoden kritisch onder de loep te nemen en de kwaliteit ervan te verbeteren. Aan de hand van het pdf bestandwerkblad (pdf, 218 Kb) (via Movisie) met de vier onderdelen wordt duidelijk wat er bekend is over de methode, en hoe deze verder verbeterd kan worden.

Hierbij kunnen de volgende vragen aan de orde komen:

  1. Zijn het doel en de doelgroep helder geformuleerd?
  2. Sluit de aanpak goed hierop aan?
  3. Kan de methode worden verdiept met bestaand (wetenschappelijk) onderzoek?
  4. Is er nog onderzoek nodig naar de praktijkervaringen, bijvoorbeeld via een evaluatie of een focusgroep van uitvoerend deskundigen?
  5. Zijn er harde uitspraken mogelijk over het effect van de methode?

Langs deze weg nodigen we ontwikkelaar en uitvoerder uit tot het doorontwikkelen van een succesvolle methode.

Weten, meten en verantwoorden

De databank vervult ook een belangrijke functie voor de verantwoording van gekozen interventies tegenover opdrachtgevers. U kunt ermee aantonen, dat u weloverwogen voor een bepaalde aanpak kiest en u kunt de voordelen ervan benoemen. Uw keuze kunt u motiveren aan de hand van bestaand (effect)evaluatieonderzoek.

Opdrachtgevers, zoals gemeenten, kunnen op hun beurt organisaties aansporen tot een meer kritische reflectie op het werk: Wat doen we? Werkt wat we doen? Moeten we onze werkwijze bijstellen? De gemeente kan de organisaties stimuleren om de kennis uit de databank goed te benutten. Het meten en verantwoorden van resultaten zouden daarbij vooral moeten leiden tot een kritische dialoog.